Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 5 oktober 1940 (verzending), 10 oktober 1940 (verwerking). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (afdeling L.M.). GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
AMSTERDAM, 5 October 1940.
No. 900 -1940-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN
EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Naar aanleiding van Uw tot den Directeur van het Marktwezen gerichte verzoek om kwijtschelding van het door U sinds 23 September j.l. voor het kalenderjaar 1940 nog verschuldigde marktgeld voor een vaartuig, groot 106 ton, dat aan de brandstoffenmarkten hier ter stede ligplaats had, deelen wij mede, besloten te hebben, U een bedrag aan verschuldigd marktgeld van f 10.60 kwijt te schelden.
VM
j
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Handtekening]
de Secretaris,
[Handtekening]
[Rood stempel:] 10 OCT. 1940
[Handgeschreven in rood:] terugbetaald f 10 60 [paraaf]
[Handgeschreven in zwart:] 10/hamvuh [?]
4143.
[Handgeschreven in rood:] aangeteekend [paraaf]
Aan den heer A. Mohr,
Noorderkerkstraat 16 I,
A_L_H_I_E_R (C).
Model G.A. 5
25000-1-'40 Deze brief betreft een administratieve afhandeling van een verzoek tot kwijtschelding. De heer A. Mohr, eigenaar van een vaartuig van 106 ton, had ligplaats aan de brandstoffenmarkten in Amsterdam. Omdat het vaartuig daar blijkbaar na 23 september 1940 niet meer lag (of de activiteit stopte), heeft hij verzocht om een gedeeltelijke kwijtschelding van het marktgeld voor dat jaar.
De gemeente kent een bedrag van 10,60 gulden toe. Hoewel de brief spreekt over "kwijtschelding" van "verschuldigd" geld, suggereert de rode aantekening "terugbetaald" dat het bedrag mogelijk al voldaan was en naderhand is gerestitueerd. Het document vertoont de typische kenmerken van gemeentelijke correspondentie uit die tijd: formeel taalgebruik ("den heer", "alhier"), officiële stempels en handtekeningen van de secretaris en (namens) de burgemeester. De vermelding "aangeteekend" geeft aan dat het een belangrijk financieel besluit betrof. Het document dateert van oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef het civiele apparaat van de Gemeente Amsterdam, zoals het Marktwezen, in eerste instantie grotendeels op de oude voet doorfunctioneren voor dagelijkse administratieve zaken.
De "brandstoffenmarkten" waren in deze periode van cruciaal belang. Vanwege de oorlogsdreiging en de daaropvolgende bezetting was er een groeiende schaarste aan brandstoffen zoals kolen en turf. Vaartuigen (vaak dekschuiten of pramen) speelden een centrale rol in het transport van deze goederen naar de stad. De Noorderkerkstraat, waar de geadresseerde woonde, ligt in de Jordaan, een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de Amsterdamse grachtenhandel en scheepvaart. De toevoeging "(C)" achter "ALHIER" staat voor het stadsdeel Centrum.