Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 256
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief/verzoekschrift.

1940 (vermoedelijk mei, gezien de "M.1940"). Van: Firma Gebr. Primowees, vertegenwoordigd door boekhouder P.A. van Luyken. Aan: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Origineel

Afschrift van een officiële brief/verzoekschrift. 1940 (vermoedelijk mei, gezien de "M.1940"). Firma Gebr. Primowees, vertegenwoordigd door boekhouder P.A. van Luyken. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.21/42/1 M.1940 AFSCHRIFT..

No.1058 L.M.1940.

Aan Burgemeester en Wethouders
van
Amsterdam.

Achtbare Heeren,

Geven met gepasten eerbied onderget. Gebr. Primowees domicilie kiezende te Amsterdam aan de Boomstraat no.74-76-98 en Zaandijkstraat no.20 van beroep Steenkolenhandel, te kennen,
dat deze brandstoffen gelost worden op twee plaatsen nl. Prinsengracht tussen Westerstraat en Anjeliersstraat en de aldaar gevestigde Brandstoffenmarkt dat zij deze partijen goederen bij kleine hoeveelheden ontstaan door de huidige tijdsomstandigheden,
dat zij de vorige maal hun losplaats hadden tussen de Anjeliersstraat en Tuinstraat dat zij echter steeds ongeoorloofde aanmerkingen moeten aanhooren hetzij of de ligplaats of over het gebruik van maten, of over het naar hun bescheiden meening ongeoorloofde verzoek tot betaling van marktgelden. dat zij dienaangaande met Uw College of de daartoe bevoegde autoriteiten een onderhoud verzoeken daar het hier betreft het optreden van de aldaar gevestigden heer marktmeester.
Hopende, dat Uw Achtbaar College aan hun verzoek een goedgunstige beschikking zullen geven.

Postadres is: Boomstraat no.76, Amsterdam.

Hetwelk doende,
namens de Firma Gebr.Primowees,
~~prop~~ P.A.van Luyken, Boekhouder. * Inhoud: De firma Gebr. Primowees, een steenkolenhandel gevestigd in de Jordaan, beklaagt zich over de gang van zaken bij het lossen van brandstoffen aan de Prinsengracht. Ze ervaren hinder van de lokale marktmeester die volgens hen "ongeoorloofde aanmerkingen" maakt over hun ligplaats en gebruikte maten. Ook betwisten zij de rechtmatigheid van de geheven marktgelden.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw ("Geven met gepasten eerbied... te kennen", "Achtbaar College").
* Logistiek: De brief geeft inzicht in de logistiek van brandstofvoorziening in de stad Amsterdam, waarbij schepen direct aan de grachten (Prinsengracht) werden gelost bij specifieke markten of losplaatsen nabij de Westerstraat en Anjeliersstraat.
* Opvallend: Er wordt gesproken over "partijen goederen bij kleine hoeveelheden ontstaan door de huidige tijdsomstandigheden". Dit duidt op schaarste of veranderde distributiepatronen als gevolg van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. * Historische context: Het jaartal 1940 is cruciaal. In mei van dat jaar werd Nederland bezet door nazi-Duitsland. De "huidige tijdsomstandigheden" waarnaar verwezen wordt, hebben direct betrekking op de ontregeling van de handel en de op handen zijnde schaarste van brandstoffen zoals steenkool, die essentieel waren voor de verwarming van woningen en de industrie.
* Geografische context: De genoemde straten (Boomstraat, Anjeliersstraat, Westerstraat, Tuinstraat) liggen allemaal in de Jordaan. Deze wijk was destijds een dichtbevolkt gebied met veel kleine ambachtelijke bedrijven en handelaren. De Prinsengracht was een belangrijke ader voor het transport van goederen per as en over water.
* De Marktmeester: De marktmeester was een gemeentelijke beambte belast met het toezicht op de marktorde, de inning van staangelden en de controle op maten en gewichten. Conflicten tussen handelaren en deze toezichthouders kwamen regelmatig voor, zeker in tijden van economische druk.

Samenvatting

  • Inhoud: De firma Gebr. Primowees, een steenkolenhandel gevestigd in de Jordaan, beklaagt zich over de gang van zaken bij het lossen van brandstoffen aan de Prinsengracht. Ze ervaren hinder van de lokale marktmeester die volgens hen "ongeoorloofde aanmerkingen" maakt over hun ligplaats en gebruikte maten. Ook betwisten zij de rechtmatigheid van de geheven marktgelden.
  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw ("Geven met gepasten eerbied... te kennen", "Achtbaar College").
  • Logistiek: De brief geeft inzicht in de logistiek van brandstofvoorziening in de stad Amsterdam, waarbij schepen direct aan de grachten (Prinsengracht) werden gelost bij specifieke markten of losplaatsen nabij de Westerstraat en Anjeliersstraat.
  • Opvallend: Er wordt gesproken over "partijen goederen bij kleine hoeveelheden ontstaan door de huidige tijdsomstandigheden". Dit duidt op schaarste of veranderde distributiepatronen als gevolg van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Historische Context

  • Historische context: Het jaartal 1940 is cruciaal. In mei van dat jaar werd Nederland bezet door nazi-Duitsland. De "huidige tijdsomstandigheden" waarnaar verwezen wordt, hebben direct betrekking op de ontregeling van de handel en de op handen zijnde schaarste van brandstoffen zoals steenkool, die essentieel waren voor de verwarming van woningen en de industrie.
  • Geografische context: De genoemde straten (Boomstraat, Anjeliersstraat, Westerstraat, Tuinstraat) liggen allemaal in de Jordaan. Deze wijk was destijds een dichtbevolkt gebied met veel kleine ambachtelijke bedrijven en handelaren. De Prinsengracht was een belangrijke ader voor het transport van goederen per as en over water.
  • De Marktmeester: De marktmeester was een gemeentelijke beambte belast met het toezicht op de marktorde, de inning van staangelden en de controle op maten en gewichten. Conflicten tussen handelaren en deze toezichthouders kwamen regelmatig voor, zeker in tijden van economische druk.

Locaties

Amsterdam (Jordaan/Prinsengracht).

Gerelateerde Documenten 6