Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 299
Dossier 22
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

23 mei 1940 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of Publieke Werken) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier

Origineel

23 mei 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of Publieke Werken) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier [Handgeschreven, rechtsboven:] ter Gr. de Haer

VP/HG. [Handgeschreven:] extra

22/7/3 M.
1
23 Mei 1940.

Verzoek van M.J.v.d.Hoek om de
Boom- en Bloemenmarkt dagelijks
te doen houden.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

           Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.

18 April jl. om advies ontvangen stuk no.23/12L.M.1940 heb ik
de eer U te berichten, dat de Boom- en Bloemenmarkt een week-
markt is, die wordt gehouden des Maandags, Woensdags en Vrijdags.
Dezerzijds werd destijds voorgesteld om de bedoelde markt
dagelijks te doen plaatsvinden, doch daartegen bleken onover-
komenlijke verkeersbezwaren te bestaan. Daarbij komt, dat
thans de voornaamste aanvoerders van bloemen en planten aan de
bedoelde markt niet voor een dagelijksche markt gevoelen, wes-
halve ook om die reden mijns inziens geen aanleiding bestaat
het ten deze ingenomen afwijzende standpunt te herzien. Wellicht
ware te overwegen den adressant te doen berichten, dat hij,
indien hij in het bezit is van een ventvergunning, desgewenscht
voor een standplaatsvergunning op de dagen, dat de Boom- en
Bloemmarkt niet wordt gehouden, in aanmerking kan komen. Dit
zelfde zou dan ook kunnen gelden voor andere plaatshouders der
bedoelde markt, indien zij een ventvergunning hebben.

                                          De Directeur, De kern van dit document is een ambtelijk advies betreffende de frequentie van de bomen- en bloemenmarkt. Een burger, de heer M.J. v.d. Hoek, heeft verzocht om van de bestaande driedaagse markt (maandag, woensdag, vrijdag) een dagelijkse markt te maken.

De directeur adviseert de wethouder om dit verzoek af te wijzen op basis van twee argumenten:
1. Logistiek/Verkeer: Er zijn "onoverkomenlijke verkeersbezwaren". Dit suggereert dat de markt op een locatie werd gehouden waar dagelijkse bezetting de verkeersdoorstroming te veel zou hinderen.
2. Economisch draagvlak: De belangrijkste leveranciers (aanvoerders) hebben zelf geen behoefte aan een dagelijkse markt.

Als compromis wordt voorgesteld om de verzoeker te wijzen op de individuele mogelijkheden: als hij een ventvergunning heeft, kan hij voor de overige weekdagen een aparte standplaatsvergunning aanvragen. Dit zou dan als algemene regel voor alle kooplui op die markt kunnen gelden. Het document is gedateerd op 23 mei 1940, slechts negen dagen na het bombardement op Rotterdam en de Nederlandse capitulatie. Hoewel de specifieke stad niet wordt genoemd, is de term "Alhier" bij de adressering kenmerkend voor correspondentie binnen één gemeentebestuur.

Het is opmerkelijk dat de civiele bureaucratie zo kort na het uitbreken van de bezetting de draad weer volledig had opgepakt, waarbij zelfs relatief kleine zaken als marktvergunningen en verkeershinder op de normale ambtelijke wijze werden afgehandeld. De referentie naar een brief van 18 april (vóór de inval) toont de continuïteit van de lopende dossiers. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een sleutelfiguur vanwege de beginnende schaarste en de noodzaak tot strikte regulering van de handel.

Samenvatting

De kern van dit document is een ambtelijk advies betreffende de frequentie van de bomen- en bloemenmarkt. Een burger, de heer M.J. v.d. Hoek, heeft verzocht om van de bestaande driedaagse markt (maandag, woensdag, vrijdag) een dagelijkse markt te maken.

De directeur adviseert de wethouder om dit verzoek af te wijzen op basis van twee argumenten:
1. Logistiek/Verkeer: Er zijn "onoverkomenlijke verkeersbezwaren". Dit suggereert dat de markt op een locatie werd gehouden waar dagelijkse bezetting de verkeersdoorstroming te veel zou hinderen.
2. Economisch draagvlak: De belangrijkste leveranciers (aanvoerders) hebben zelf geen behoefte aan een dagelijkse markt.

Als compromis wordt voorgesteld om de verzoeker te wijzen op de individuele mogelijkheden: als hij een ventvergunning heeft, kan hij voor de overige weekdagen een aparte standplaatsvergunning aanvragen. Dit zou dan als algemene regel voor alle kooplui op die markt kunnen gelden.

Historische Context

Het document is gedateerd op 23 mei 1940, slechts negen dagen na het bombardement op Rotterdam en de Nederlandse capitulatie. Hoewel de specifieke stad niet wordt genoemd, is de term "Alhier" bij de adressering kenmerkend voor correspondentie binnen één gemeentebestuur.

Het is opmerkelijk dat de civiele bureaucratie zo kort na het uitbreken van de bezetting de draad weer volledig had opgepakt, waarbij zelfs relatief kleine zaken als marktvergunningen en verkeershinder op de normale ambtelijke wijze werden afgehandeld. De referentie naar een brief van 18 april (vóór de inval) toont de continuïteit van de lopende dossiers. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een sleutelfiguur vanwege de beginnende schaarste en de noodzaak tot strikte regulering van de handel.

Gerelateerde Documenten 6