Dienstbrief / Ambtelijk advies
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk advies 23 mei 1940 De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen of Openbare Werken) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier [Handgeschreven rechtsboven:] ter. G. de Graer [?]
[Midden:] VP/HG.
[Linksboven:]
22/7/3 M.
1
[Midden handgeschreven:] Verzonden 23/5-140
[Rechtsboven:] 23 Mei 1940.
[Onderwerp:]
Verzoek van M.J.v.d.Hoek om de
Boom- en Bloemenmarkt dagelijks
te doen houden.
[Geadresseerde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 18 April jl. om advies ontvangen stuk no.23/12L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat de Boom- en Bloemenmarkt is een week-markt, die wordt gehouden des Maandags, Woensdags en Vrijdags. Dezerzijds werd destijds voorgesteld om de bedoelde markt dagelijks te doen plaatsvinden, doch daartegen bleken onover-komenlijke verkeersbezwaren te bestaan. Daarbij komt, dat thans de voornaamste aanvoerders van bloemen en planten aan de bedoelde markt niet voor een dagelijksche markt gevoelen, wes-halve ook om die reden mijns inziens geen aanleiding bestaat het ten deze ingenomen afwijzende standpunt te herzien. Wellicht ware te overwegen den adressant te doen berichten, dat hij, indien hij in het bezit is van een ventvergunning, desgewenscht voor een standplaatsvergunning op de dagen, dat de Boom- en Bloemenmarkt niet wordt gehouden, in aanmerking kan komen. Dit zelfde zou dan ook kunnen gelden voor andere plaatshouders der bedoelde markt, indien zij een ventvergunning hebben.
De Directeur, In dit schrijven adviseert een directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke marktdienst) de wethouder negatief over een verzoek van een burger, de heer M.J. van der Hoek. Het verzoek hield in om de Boom- en Bloemenmarkt, die destijds drie dagen per week plaatsvond (maandag, woensdag, vrijdag), om te vormen tot een dagelijkse markt.
De directeur voert twee argumenten aan voor de afwijzing:
1. Verkeershinder: Eerdere plannen voor een dagelijkse markt zijn gestuit op "onoverkomenlijke verkeersbezwaren".
2. Gebrek aan animo: De belangrijkste leveranciers van de marktproducten hebben zelf geen behoefte aan een dagelijkse frequentie.
Er wordt echter een compromis voorgesteld: de verzoeker (en eventuele andere kooplui) kan een standplaatsvergunning aanvragen voor de 'tussendagen', mits hij reeds over een ventvergunning beschikt. Hiermee wordt getracht aan de individuele wens tegemoet te komen zonder de officiële marktstructuur of het verkeer te belasten. De datum van de brief, 23 mei 1940, is historisch zeer relevant. Het is slechts negen dagen na het bombardement op Rotterdam en de Nederlandse capitulatie. Dit document illustreert de continuïteit van het civiele bestuur: ondanks de enorme schok van de Duitse invasie en het begin van de bezetting, ging de behandeling van alledaagse bureaucratische verzoeken — zoals marktverordeningen — gewoon door.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale figuur, aangezien de distributie van voedsel en goederen direct na de invasie onder streng toezicht kwam te staan. Hoewel bloemen en bomen geen directe levensmiddelen zijn, vielen markten onder deze portefeuille. Het gebruik van termen als "ventvergunning" en "standplaatsvergunning" wijst op een strak gereguleerd stedelijk economisch systeem.