Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk een uittreksel uit een politierapport of vreemdelingendossier).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk een uittreksel uit een politierapport of vreemdelingendossier). 21 november 1930. 21/11/30 No 17/9
Ch. mag te Drachten komen
mits hij uitsluitend voor
verkoop en zich onthoudt van
politieke propaganda. De notitie is een korte, instructieve bepaling aangaande de bewegingsvrijheid van een individu, aangeduid met de afkorting "Ch.". In de administratieve context van de jaren '30 stond deze afkorting in Nederland vrijwel universeel voor "Chinees".
De tekst verleent deze persoon toestemming om naar Drachten te komen, maar verbindt hier twee strikte voorwaarden aan:
1. Economische beperking: Het verblijf is enkel toegestaan voor handelsdoeleinden ("voor verkoop"). Dit duidt op de status van de persoon als ambulante handelaar (waarschijnlijk een zogenaamde 'pindachinees').
2. Politieke beperking: De betrokkene moet zich onthouden van "politieke propaganda". Dit weerspiegelt de toenmalige bezorgdheid van de Nederlandse autoriteiten (met name de Centrale Inlichtingendienst en de lokale politie) over de mogelijke verspreiding van communistische ideeën onder migranten. In 1930 bevond de wereld zich in een diepe economische crisis. In Nederland leidde dit tot een zeer streng vreemdelingenbeleid. Chinese zeelieden die door de crisis werkloos waren geworden, probeerden in hun levensonderhoud te voorzien door op straat pindakoekjes te verkopen. Omdat zij door het hele land trokken, werden zij nauwgezet gevolgd door de Vreemdelingenpolitie.
Regionale overheden gaven vaak alleen toestemming voor dit soort marskramerij onder de expliciete voorwaarde van politieke neutraliteit. Men vreesde dat buitenlandse elementen de sociale rust zouden verstoren. Deze notitie is een typisch voorbeeld van de individuele surveillance en regulering waarmee migranten in die periode te maken hadden. Politie