Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 409
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk verslag/notitie betreffende markttoezicht.

18 april 1940 (met afhandelingsnotities van 21 en 23 april 1940).

Origineel

Ambtelijk verslag/notitie betreffende markttoezicht. 18 april 1940 (met afhandelingsnotities van 21 en 23 april 1940). is, wordt daar paal en perk aan gesteld
en met een enkele opmerking van
den dienstdoende ambtenaar is
dit als regel bereikt.
Van den koopman v. Praag, kan
m.i. worden gezegd, dat hij op
ontoelaatbare wijze getracht heeft
zijn waar aan den man te brengen.
Ik heb v. Praag bij mij ont-
boden en hem op het ontoelaatbare
gewezen en hem te kennen gegeven,
dat als hij op deze wijze zou
blijven werken, hem op de
Amsterdamsche markten geen
plaatsen meer zouden worden
verleend.
v. Praag was uiterst verbaasd
dat op zijn uitingen aanmerkingen
werden gemaakt, daar volgens
hem "een kind kon begrijpen"
dat met zijn [doorgehaald: brieven] trucs voor
valsch spelen niet te gebruike-
zijn.
Hij zal echter voortaan de
gewraakte uitlatingen achter-
wege laten.

[Kantlijn links:]
Afgeh.
21-4-40
[Handtekening]

Accord
23/4 '40 [Handtekening]

[Rechtsonder:]
18-4-40
[Handtekening] De tekst beschrijft een disciplinaire maatregel tegen de koopman Van Praag. De ambtenaar stelt dat Van Praag zijn goederen op een "ontoelaatbare wijze" aanprees. De kern van het conflict lijkt te liggen in het feit dat Van Praag goederen verkocht die gepresenteerd werden als hulpmiddelen voor "valsch spelen" (waarschijnlijk goocheltrucs of gemarkeerde kaarten).

De ambtenaar heeft Van Praag ontboden en hem gedreigd met een verbod op de Amsterdamse markten (uitsluiting van standplaatsen). Van Praag verweert zich met het argument dat de aard van zijn producten overduidelijk was en dat "een kind kon begrijpen" dat het geen serieuze hulpmiddelen voor fraude waren. Desalniettemin schikt hij zich naar de vermaning om verdere problemen met de marktinspectie te voorkomen.

De schrijfstijl is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit de vooroorlogse periode. Dit document is geschreven op 18 april 1940, slechts drie weken voor de Duitse inval in Nederland. De naam Van Praag is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam; in deze periode waren Joodse marktkooplieden een integraal onderdeel van het Amsterdamse straatbeeld, met name op markten zoals het Waterlooplein.

Hoewel de berisping hier een puur zakelijke grond lijkt te hebben (marktreglementen betreffende eerlijke handel en fatsoen), laat het document zien hoe strikt het toezicht op de Amsterdamse markten was georganiseerd. De hiërarchische afhandeling, zichtbaar door de aantekeningen "Afgeh." (Afgehandeld) en "Accord", duidt op een goed geolied ambtelijk apparaat bij de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling). Koopman v. Praag een niet nader genoemde dienstdoende ambtenaar en ondertekenaars van de afhandeling.

Samenvatting

De tekst beschrijft een disciplinaire maatregel tegen de koopman Van Praag. De ambtenaar stelt dat Van Praag zijn goederen op een "ontoelaatbare wijze" aanprees. De kern van het conflict lijkt te liggen in het feit dat Van Praag goederen verkocht die gepresenteerd werden als hulpmiddelen voor "valsch spelen" (waarschijnlijk goocheltrucs of gemarkeerde kaarten).

De ambtenaar heeft Van Praag ontboden en hem gedreigd met een verbod op de Amsterdamse markten (uitsluiting van standplaatsen). Van Praag verweert zich met het argument dat de aard van zijn producten overduidelijk was en dat "een kind kon begrijpen" dat het geen serieuze hulpmiddelen voor fraude waren. Desalniettemin schikt hij zich naar de vermaning om verdere problemen met de marktinspectie te voorkomen.

De schrijfstijl is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit de vooroorlogse periode.

Historische Context

Dit document is geschreven op 18 april 1940, slechts drie weken voor de Duitse inval in Nederland. De naam Van Praag is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam; in deze periode waren Joodse marktkooplieden een integraal onderdeel van het Amsterdamse straatbeeld, met name op markten zoals het Waterlooplein.

Hoewel de berisping hier een puur zakelijke grond lijkt te hebben (marktreglementen betreffende eerlijke handel en fatsoen), laat het document zien hoe strikt het toezicht op de Amsterdamse markten was georganiseerd. De hiërarchische afhandeling, zichtbaar door de aantekeningen "Afgeh." (Afgehandeld) en "Accord", duidt op een goed geolied ambtelijk apparaat bij de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling).

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6