Ambtsbericht/Brief
Origineel
Ambtsbericht/Brief 12 september 1940 (met een latere kanttekening van 26 september 1940) S.F. de Vries, de Marktopzichter te Amsterdam Den Heer Inspecteur (van het Marktwezen) [Linksboven, in de marge:]
Advies op
24 / 20 / 1 1940 Lg 4/8
Door Insp. mondeling
aan de Vries meegedeeld
[Midden boven:]
Den Heer Inspecteur.
[Hoofdtekst:]
Voor de plaatsen op het Amstelveld wordt de stelregel
aangehouden dat men verplicht is ~~1x~~ in de 4 weken zijn plaats te
bezetten om deze te behouden. Dit geldt dus ook voor Th. v. Gelder
tenzij U in de buitengewone tijdsomstandigheden en de daaruit
voortkomende moeilijkheid om voldoende handel te verkrijgen
een rede tot langer uitstel wilt zien.
De andere handel waar van Gelder op doelt is scheer-
mesjes die hij op buitenmarkten tegen een flinke prijs ver-
koopt doch waarvoor hij op het Amstelveld geen afzet heeft bij
de felle concurrentie die daar met dat artikel bestaat
Amsterdam. 12 September 1940
De Marktopzichter
[Handtekening: S.F. de Vries]
[Linksonder, latere toevoeging:]
H. de Vries.
Dit moet zijn drie maal in de
vier weken. 26-9-40 deHaer [?] * Inhoud: De marktopzichter informeert de inspecteur over de geldende regels voor het behoud van een standplaats op het Amstelveld. De centrale vraag is of er voor de heer Th. van Gelder een uitzondering gemaakt moet worden. Van Gelder heeft moeite om zijn waar (scheermesjes) op het Amstelveld te verkopen vanwege de zware concurrentie, terwijl hij elders wel goede zaken doet.
* Regelgeving: De brief vermeldt een "stelregel" voor de bezettingsgraad van marktkramen. Interessant is de correctie onderaan: waar de hoofdtekst spreekt over een verplichte aanwezigheid van één keer per vier weken, stelt een latere aantekening (van 26 september) dat dit "drie maal in de vier weken" moet zijn. Dit wijst op een aanzienlijke aanscherping van het beleid of een correctie van een eerdere misinterpretatie.
* Terminologie: De term "buitengewone tijdsomstandigheden" is een direct eufemisme voor de toestand tijdens de Duitse bezetting, die in september 1940 net vier maanden oud was. Het duidt op de economische ontwrichting en schaarste die de handel bemoeilijkten. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van de Amsterdamse markten tijdens de vroege bezettingsjaren. Het Amstelveld was (en is) een bekende marktlocatie. De casus van Th. van Gelder is exemplarisch voor de kleine zelfstandigen die door de oorlogsomstandigheden en marktconcurrentie in het nauw kwamen.
Hoewel de brief zich richt op de commerciële aspecten, is de datum (september 1940) significant; dit was de periode waarin de eerste anti-Joodse maatregelen door de bezetter werden ingevoerd. Hoewel de brief hier niet expliciet over rept, werden Joodse marktkooplieden kort na deze periode steeds vaker geweerd of beperkt in hun handelsvrijheid. De strikte handhaving van aanwezigheidsregels kon een middel zijn om 'ongewenste' handelaren van de markt te verdringen.