Ambtelijk advies / brief.
Origineel
Ambtelijk advies / brief. 5 november 1910. Waarschijnlijk een marktmeester of ambtenaar van de marktinspectie (handtekening is gestileerd, mogelijk H. v.d. Zee). Advies op.
N: 24/23/5 M 1910 24/10
Den Heer Inspecteur
Ofschoon den Heer S Frenkel vrijstelling tot
het bezetten van zijn plaats op het Amstelveld zou kunnen
worden toegestaan zoo meen ik er toch op te moeten wijzen,
dat door zijn broer en mede plaatshouder L. Frenkel de plaats
kan bezetten.
Anders wordt dit geval als zou worden besloten
om aan plaatshouders met sigaren in het algemeen vrij-
stelling tot plaats bezetten zou worden verleend. Hieronder
vallen dan thans de heeren G. Frenkel, H. Stodel en
S. Simons welke laatste in het schrijven 24/23/4 M 1910 24/10
om uitstel van plaats bezetten verzoekt. Misschien kunnen
er termen gevonden worden deze heeren uitstel te verleenen.
Amsterdam 5 November 1910
[Handtekening] Dit document betreft een intern ambtelijk advies over marktbeheer in Amsterdam aan het begin van de 20e eeuw. De schrijver adviseert de inspecteur over hoe om te gaan met verzoeken om "vrijstelling tot het bezetten van een plaats".
De kern van de argumentatie is tweeledig:
1. Individueel: Voor de heer S. Frenkel wordt een vrijstelling niet direct noodzakelijk geacht, omdat zijn broer (L. Frenkel) als mede-plaatshouder de standplaats kan waarnemen.
2. Beleidsmatig: Er wordt een koppeling gemaakt naar een bredere groep "plaatshouders met sigaren". De schrijver suggereert dat als er een algemene regeling voor deze beroepsgroep komt, ook anderen (G. Frenkel, H. Stodel en S. Simons) hiervan gebruik kunnen maken.
De tekst getuigt van een strikte administratieve opvolging, waarbij expliciet verwezen wordt naar eerdere correspondentienummers. Het Amstelveld in Amsterdam was (en is) een bekende marktplaats. In 1910 was de marktreglementering streng: wie een felbegeerde standplaats had, was verplicht deze persoonlijk of door een gemachtigde te bezetten op straffe van verlies van de plek. De namen in het document (Frenkel, Stodel, Simons) wijzen op de sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in de Amsterdamse markthandel van die tijd. Sigarenverkopers waren een veelvoorkomende verschijning op de Amsterdamse markten; de brief suggereert dat er mogelijk specifieke redenen waren waarom deze groep op dat moment om uitstel of vrijstelling vroeg (bijvoorbeeld economische omstandigheden of specifieke marktomstandigheden).