Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 486
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie van de Gemeente Amsterdam.

22 november 1940. Van: De Administrateur der Afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (Afd. L.M.), Gemeente Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 22 november 1940. De Administrateur der Afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (Afd. L.M.), Gemeente Amsterdam. [Bovenaan links handgeschreven/gestempeld:]
№ 24/28/1 M. 1940 23/11

[Gedrukt briefhoofd:]
GEMEENTE AMSTERDAM


AFD. L.M. AMSTERDAM, 22 November 1940.
No. 102/204 (1940).
BIJLAGEN : 1.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.

Keuringsrechten Warenwet.

Aan Benjamin Kool, geboren 25-10-1916, marktkoopman en wonende Swammerdamstraat 57 II alhier, is door Burgemeester en Wethouders in hun schrijven van 3 October j.l. o.a. medegedeeld, dat hem ontheffing van den hem opgelegden aanslag in het keuringsrecht kan worden verleend, indien hij een door den Directeur van den Dienst van het Marktwezen geteekende verklaring kan overleggen, waaruit blijkt, dat genoemde B. Kool in het jaar 1940, niet op een der Amsterdamsche markten handel dreef. Kool was n.l. in militairen dienst en kan dus bezwaarlijk met haring op de markt zijn geweest.

Wilt U s.v.p. doen nagaan, of hij terecht op de lijst, welke ik U hier ter inzage toe-zend, voorkomt?

Aan
de Directie van den
Dienst van het
Marktwezen,
Amsterdam.

De Administrateur der Afdeeling
Levensmiddelen, Wasch- en
schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Ondertekening: Onleesbaar]

Model G. A. 5
25000-1-'40 Dit document is een intern ambtelijk schrijven binnen de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek om belastingontheffing (keuringsrechten Warenwet) voor de haringhandelaar Benjamin Kool.

Kool heeft een aanslag gekregen voor het jaar 1940, maar hij claimt dat hij dat jaar niet op de markt heeft gestaan omdat hij in militaire dienst was (vermoedelijk vanwege de mobilisatie en de inval in mei 1940). Om de ontheffing definitief te maken, heeft de afdeling Levensmiddelen een officiële verklaring nodig van de Dienst van het Marktwezen. De brief dient om te verifiëren of de gegevens van Kool kloppen met de administratie van de marktmeesters. Het document dateert van november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter al aanwezig was, functioneerde het gemeentelijke apparaat in Amsterdam op dat moment grotendeels nog volgens de bestaande bureaucratische regels.

De genoemde Benjamin Kool (1916) woonde in de Swammerdamstraat, een straat in de Oosterparkbuurt die in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie kende. Uit archiefonderzoek (zoals de database van het Joods Monument) blijkt dat deze Benjamin Kool inderdaad een Joodse marktkoopman was die later, in 1943, in Sobibor is vermoord. Dit document vormt daarmee een administratief spoor van zijn leven vlak voordat de anti-Joodse maatregelen zijn beroepsuitoefening en bewegingsvrijheid volledig onmogelijk zouden maken. De vermelding van zijn militaire dienst herinnert aan het feit dat veel Joodse Nederlanders in 1939-1940 gewoon hun dienstplicht vervulden in het Nederlandse leger.

Samenvatting

Dit document is een intern ambtelijk schrijven binnen de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek om belastingontheffing (keuringsrechten Warenwet) voor de haringhandelaar Benjamin Kool.

Kool heeft een aanslag gekregen voor het jaar 1940, maar hij claimt dat hij dat jaar niet op de markt heeft gestaan omdat hij in militaire dienst was (vermoedelijk vanwege de mobilisatie en de inval in mei 1940). Om de ontheffing definitief te maken, heeft de afdeling Levensmiddelen een officiële verklaring nodig van de Dienst van het Marktwezen. De brief dient om te verifiëren of de gegevens van Kool kloppen met de administratie van de marktmeesters.

Historische Context

Het document dateert van november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter al aanwezig was, functioneerde het gemeentelijke apparaat in Amsterdam op dat moment grotendeels nog volgens de bestaande bureaucratische regels.

De genoemde Benjamin Kool (1916) woonde in de Swammerdamstraat, een straat in de Oosterparkbuurt die in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie kende. Uit archiefonderzoek (zoals de database van het Joods Monument) blijkt dat deze Benjamin Kool inderdaad een Joodse marktkoopman was die later, in 1943, in Sobibor is vermoord. Dit document vormt daarmee een administratief spoor van zijn leven vlak voordat de anti-Joodse maatregelen zijn beroepsuitoefening en bewegingsvrijheid volledig onmogelijk zouden maken. De vermelding van zijn militaire dienst herinnert aan het feit dat veel Joodse Nederlanders in 1939-1940 gewoon hun dienstplicht vervulden in het Nederlandse leger.

Gerelateerde Documenten 6