Administratieve kaart/notitie betreffende een marktvergunning.
Origineel
Administratieve kaart/notitie betreffende een marktvergunning. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/13/1 1940 [gecorrigeerd van 1930]
18/1-'40
DOORGEZONDEN:
[Hoofdtekst]
Tegen inwilliging van het verzoek van
J.J. Veldman om zich op zijn plaats op
de markt aan de Alb. Cuijpstraat te
mogen laten assisteeren - niet vervangen -
~~bestaat~~ door H. Bonhoffer, bestaat
m.i. geen bezwaar.
[Midden onder]
25/10/2 M [in rood]
geb. 22/2 '20
[Rechtsonder]
19-1-40
deliac [onzeker, mogelijk paraaf]
Modelbriefje zenden
23-1-'40 mp
[Rechtsboven]
920 De notitie betreft een ambtelijke beoordeling van een verzoek ingediend door marktkoopman J.J. Veldman. Hij verzoekt om toestemming voor assistentie op zijn staanplaats aan de Albert Cuypstraat (de bekende Albert Cuypmarkt in Amsterdam).
De beoordelend ambtenaar gaat akkoord met het verzoek, maar plaatst een cruciale kanttekening: de aangewezen persoon, H. Bonhoffer, mag enkel assisteren en de vergunninghouder niet vervangen. Dit onderscheid was essentieel in de marktverordeningen om te voorkomen dat staanplaatsen feitelijk werden overgedragen of onderverhuurd zonder officiële mutatie.
De notitie "geb. 22/2 '20" verwijst zeer waarschijnlijk naar de geboortedatum van de assistent, H. Bonhoffer, die op dat moment 19 (bijna 20) jaar oud was. De instructie "Modelbriefje zenden" op 23 januari 1940 duidt op de definitieve administratieve afhandeling waarbij de aanvrager schriftelijk op de hoogte is gesteld. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse marktregulering in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was in 1940 reeds een van de belangrijkste markten van de stad. De strikte handhaving van de regels rondom aanwezigheid op de markt (assistentie vs. vervanging) was bedoeld om de orde en de eerlijke verdeling van schaarse staanplaatsen te waarborgen. De gebruikte kaart (Model No. 14 van Algemene Zaken) toont de verregaande standaardisering van de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie in die periode. H. Bonhoffer J.J. Veldman M. No