Officiële brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Officiële brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven aantekeningen. 3 februari 1940. [Rechtsboven, handgeschreven:]
Zer. m. de Kaer [?]
[Middenboven, getypt:]
vP/HG.
[Linksboven, getypt:]
25/20/2 M.
[Handgeschreven naast kenmerk:]
Verzonden 3/2-'40
[Rechtsboven, getypt:]
3 Februari 1940.
[Adresgegevens, getypt:]
den Heer M. Blitz,
Weesperstraat 4 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
[Inhoud, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Januari jl. verleen ik U hierbij, in verband met de weersgesteldheid, gedurende ten hoogste drie weken na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig een plaats op de markt Albert Cuypstraat te bezetten.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, Het document is een administratieve beschikking waarin een marktkoopman, de heer M. Blitz, tijdelijk wordt vrijgesteld van zijn bezettingsplicht op de Albert Cuypmarkt. In die tijd waren markthandelaren verplicht hun standplaats regelmatig in te nemen om hun vergunning te behouden.
De reden voor het uitstel is de "weersgesteldheid". De winter van 1939-1940 staat bekend als een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland, met extreme kou en sneeuwval in januari en februari. Dit verklaart waarom de directeur van de marktdienst het verzoek van Blitz om gedurende maximaal drie weken niet op de markt te verschijnen, inwilligde.
De administratieve zorgvuldigheid blijkt uit de verschillende kenmerken en de handgeschreven bevestiging van de verzenddatum ("Verzonden 3/2-'40"). De datum van de brief is historisch saillant: 3 februari 1940. Dit is slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het document toont de normale gang van zaken in de Amsterdamse bureaucratie tijdens de laatste maanden van de neutraliteit.
De locatie en de naam van de geadresseerde zijn van belang voor de sociaal-historische context. De Weesperstraat was destijds een van de hoofdwegen door de Amsterdamse Joodse buurt. Veel Joodse Amsterdammers werkten in de handel en op markten zoals de Albert Cuyp. Na de bezetting in mei 1940 kregen Joodse markthandelaren te maken met steeds strengere beperkingen, tot zij in 1941 geheel van de algemene markten werden verbannen en uiteindelijk gedeporteerd. Dit document vormt daarmee een getuigenis van een alledaags aspect van het leven van een Joodse Amsterdammer vlak voor het uitbreken van de Shoah. M. Blitz Marktwezen