Dienstbrief / Officiële beschikking van de gemeente.
Origineel
Dienstbrief / Officiële beschikking van de gemeente. 1 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Afdeling Marktwezen, Amsterdam). Mevrouw de Weduwe B. Lahnstein-Dobber. [Rechtsboven, handgeschreven potloodnotitie:]
Lex. M. de Boer [?]
[Middenboven, getypt:]
VP/HG.
[Linksboven, getypt:]
25/21/2 M.
[Handgeschreven diagonaal over de kenmerken:]
Verzonden 1/3-'40.
[Rechtsmidden, getypt:]
1 Maart 1940.
Mw.de Wed.B.Lahnstein-Dobber,
Vrolikstraat 317,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 30 Januari
jl. verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich
op de markten Dapperstraat en Albert Cuypstraat te laten
bijstaan - niet vervangen - door Mej.M.Kabbes, geboren 9
November 1917.
De Directeur, Het document is een formele bevestiging van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopvrouw. De kern van de brief is de toestemming voor mevrouw Lahnstein-Dobber om een assistente aan te nemen voor haar werk op twee van de bekendste Amsterdamse markten: de Dappermarkt en de Albert Cuypmarkt.
Belangrijke administratieve details in de tekst:
* "Tot wederopzegging": De toestemming is niet permanent, maar kan door de gemeente op elk moment worden ingetrokken.
* "Bijstaan - niet vervangen": Dit is een cruciale juridische nuance in de marktverordening van die tijd. De vergunninghouder (de weduwe) moest zelf fysiek aanwezig zijn bij de kraam; de assistente (Mej. Kabbes) mocht slechts helpen en niet de volledige bedrijfsvoering overnemen in afwezigheid van de eigenaar.
* Geboortedatum: De vermelding van de geboortedatum van de assistente (9 november 1917) diende voor de identificatie en controle door marktopzichters. Dit document is historisch wrang vanwege de timing en de identiteit van de geadresseerde. De brief is gedateerd op 1 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland.
Mevrouw Bertha Lahnstein-Dobber (1876-1943) was een Joodse vrouw die in de Vrolikstraat woonde, in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam-Oost. Uit oorlogsarchieven blijkt dat zij op 21 mei 1943 in vernietigingskamp Sobibor is vermoord. De Albert Cuyp en de Dapperstraat waren plekken waar veel Joodse handelaren hun brood verdienden.
Kort na het verzenden van deze brief zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter van kracht worden, waarbij Joodse handelaren eerst werden verbannen naar speciale 'Jodenmarkten' en uiteindelijk hun vergunningen en bezittingen geheel verloren. Dit document representeert de laatste fase van de relatief normale bureaucratie en economische vrijheid voor Joodse Amsterdammers voor de bezetting. B. Lahnstein Bertha Lahnstein (Mevrouw) M. de Boer Gemeente Amsterdam Marktwezen