Archiefdocument
Origineel
30 april 1910 (gebaseerd op de datering "Amst. 30 April '10"). Advies op N.º 25/761 U.G.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand schrijven van
M. Emden, v.h. N.º 162 AC, diene het volgende:
Volgens mededeeling van andere kooplieden
maakt Emden momenteel gebruik van zijn
oploopvergunning (voddenkar).
Als zulks het geval is, of dat Emden op
andere wijze handel drijft, bestaat mij geen
aanleiding om het verzoek in te willigen.
M.i. is het gewenscht Emden te ontbieden voor
nadere inlichtingen.
Amst. 30 April '10
[Handtekening] In dit ambtelijke schrijven wordt de Inspecteur van het Marktwezen geadviseerd over een lopende kwestie betreffende een zekere M. Emden (vermoedelijk een markthandelaar). De kern van het advies is negatief: de schrijver ziet geen reden om een nieuw verzoek van Emden in te willigen.
De argumentatie hiervoor stoelt op informatie van "andere kooplieden". Zij hebben gemeld dat Emden al actief is met een zogenaamde "oploopvergunning" in combinatie met een "voddenkar". Een oploopvergunning gaf een handelaar het recht om op de openbare weg of markt de aandacht van het publiek te trekken (bijvoorbeeld door luidkeels waren aan te prijzen of een demonstratie te geven) om zo een 'oploop' van mensen te creëren. De schrijver van het document hanteert hier een voorzichtig standpunt: als de informatie van de mede-kooplieden juist is, heeft Emden geen recht op verdere gunsten of uitbreiding van zijn rechten. Om de feiten te verifiëren, stelt de ambtenaar voor om Emden te "ontbieden" (officieel op te roepen) voor een gesprek. Het Amsterdamse Marktwezen was aan het begin van de 20e eeuw verantwoordelijk voor de strikte regulering van de handel op straat en op de markt. Vergunningen waren schaars en de concurrentie tussen kooplieden was hevig. Dit document illustreert de sociale controle die destijds heerste: kooplieden hielden elkaars handelspraktijken en vergunningen nauwlettend in de gaten en rapporteerden vermeende onregelmatigheden aan de autoriteiten.
De vermelding van een "voddenkar" verwijst naar de destijds omvangrijke handel in oude materialen (textiel, metalen), die een essentieel onderdeel vormde van de stedelijke economie en hergebruik. Het feit dat hiervoor een oploopvergunning werd gebruikt, suggereert dat Emden mogelijk een 'standwerker' was die met een zekere mate van vertoon zijn handel dreef. M. Emden U.G. Marktwezen