Ambtsbericht / Adviesnota.
Origineel
Ambtsbericht / Adviesnota. 24 mei 1940. Waarschijnlijk een marktmeester of controleur (ondertekend door J. Moerhuizen). Advies op N° 25/100/k 11/40
Den WelEdelGestreng Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaande klacht van den
groentenhandelaar A. Meyer, zaak drijvende in
Albert Cuypstraat 227, tevens markt-
koopman, plaatsbezetter voor zijn zaak, nl.
pl; 270 AC, diene het volgende:
In de eerste plaats verwijs ik naar mijn rapport
d.d. 8 Mei l.l. betreffende de heeren Pinto, waar-
aan, voorzover het de plaatstoewijzing betreft,
niets behoeft te worden toegevoegd.
De Pinto's zijn lastig te hanteeren kooplieden,
alhoewel toegegeven moet worden, dat zij de
laatste twee weken veel kalmer zijn geworden.
Hun uittartende houding gedurende den
afgeloopen winter was walgelijk, toen de gansche
familie steun trok en kooplieden, zooals Meyer,
trachtten het hoofd boven water te houden
door hun zaak voort te zetten.
M.i. kan deze zaak het best mondeling worden
behandeld.
Amsterdam, 24 Mei '40
[Handtekening]
J. Moerhuizen Het document is een intern ambtelijk advies over een conflict op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De kern van het geschil lijkt te liggen in de toewijzing van marktplaatsen en de onderlinge verstandhouding tussen kooplieden.
De ambtenaar (Moerhuizen) kiest duidelijk partij voor de klager, A. Meyer. Hij typeert de tegenpartij, de familie Pinto, als "lastig te hanteeren" en hun gedrag in de voorgaande winter als "walgelijk". De irritatie van de ambtenaar lijkt voort te komen uit een sociaal-economisch sentiment: terwijl Meyer hard werkte om zijn zaak zonder hulp draaiende te houden, trok de familie Pinto "steun" (sociale uitkering), wat in die tijd door sommigen als moreel inferieur werd beschouwd. Het advies sluit af met de suggestie om de zaak mondeling af te doen, wat wijst op een poging tot bemiddeling of een informele terechtwijzing. De datum van het document, 24 mei 1940, is historisch zeer significant. Nederland was op dat moment net twee weken bezet door nazi-Duitsland (de capitulatie vond plaats op 15 mei 1940).
Hoewel het document op het eerste gezicht een alledaags marktconflict lijkt, is de context beladen. De namen 'Meyer' en 'Pinto' zijn veelvoorkomende namen binnen de Amsterdamse Joodse gemeenschap, die destijds sterk vertegenwoordigd was op de Albert Cuypmarkt. In de vroege dagen van de bezetting functioneerde het Nederlandse overheidsapparaat (zoals het Marktwezen) nog grotendeels op de oude voet, maar de spanningen op de markt werden vaak verscherpt door de economische malaise van de crisisjaren dertig die hieraan voorafgingen. De opmerking over het trekken van "steun" versus het "hoofd boven water houden" weerspiegelt de harde sociale realiteit van de Amsterdamse marktkooplieden aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. A. Meyer J. Moerhuizen Marktwezen