Officiële brief / Kennisgeving van voorwaardelijke straf.
Origineel
Officiële brief / Kennisgeving van voorwaardelijke straf. 29 mei 1940. De Directeur van de Markten (waarschijnlijk Gemeente Amsterdam). De heer H. Slomp, Nieuwendijk 6 I (inw.), Amsterdam-C. [Handgeschreven, rechtsboven]: zer. M. de Boer [?]
[Getypt, linksboven]: 25/93/2 M.
[Handgeschreven, linksboven]: Verzonden 29/5-40.
[Getypt, rechtsboven]: 29 Mei 1940.
den Heer H.Slomp,
Nieuwendijk 6 I (inw.),
Amsterdam-C.
Wijk 8.
In verband met het feit, dat U zich op 9 Mei jl.
op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assistee-
ren en vervangen, zonder daarvoor mijn toestemming te hebben ge-
kregen, heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid
1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk gestraft met
ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een
plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag. Deze straf
zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na
dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der mark-
ten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die
alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, * Kernboodschap: De heer H. Slomp krijgt een officiële sanctie opgelegd wegens het overtreden van het marktreglement. Hij heeft op 9 mei 1940 iemand anders zijn plaats op de Albert Cuypmarkt laten innemen zonder de vereiste toestemming van de marktdirectie.
* Sanctie: Het betreft een voorwaardelijke schorsing van één marktdag, met een proeftijd van één jaar. Indien de ontvanger binnen dit jaar opnieuw een overtreding begaat ("laakbare handeling"), zal hij alsnog een dag van de markt geweerd worden, naast de straf voor het nieuwe feit.
* Administratieve details: Het adres van de ontvanger bevat de toevoeging "(inw.)", wat betekent dat hij daar inwoonde bij een hoofdbewoner. De indeling in "Wijk 8" verwijst naar de destijds gangbare administratieve wijkindeling van Amsterdam. Dit document is historisch interessant vanwege de datering. De geconstateerde overtreding vond plaats op 9 mei 1940, de dag pal voor de Duitse inval in Nederland. De brief zelf is verstuurd op 29 mei 1940, ruim twee weken na de Nederlandse capitulatie. Het feit dat dergelijke lokale administratieve zaken en handhavingen op basis van het bestaande marktreglement simpelweg doorgingen, illustreert dat het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie in de eerste weken van de bezetting in grote mate werden gecontinueerd. Het document getuigt van de strikte regulering van de Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuypmarkt), waarbij standplaatshouders persoonlijk aanwezig dienden te zijn en niet zomaar vervanging mochten regelen. H. Slomp M. de Boer Gemeente Amsterdam