Archiefdocument
Origineel
[Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. • No. 25/107/1 1940
DOORGEZONDEN: W/6
[Rechtsboven]
373
W. v. Moukerken
St.p. naam en geb. datum
Dit lijkt wel logisch, doch moet dit niet principieel bekeken worden? Het strijdt tenslotte met de voorschriften. Zou dit niet in Macht. Conf. aan de orde gesteld moeten worden?
JLH 24/6 '40
[Linksonder]
Opbergen.
Met ingang van 3/6 '40
plaats overgeschreven op naam
van niet-wettigen echtgenoot
Willem Schonnemann, geb. 7-9-06.
[Onleesbare paraaf] 5/6 '40
[Rechtsonder]
Geen bezwaar
26-6-'40 WLaan
[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een verzoek of besluit om een persoon (waarschijnlijk een vrouw, gezien de context van "overschrijven op naam van") administratief te koppelen aan haar "niet-wettigen echtgenoot" Willem Schonnemann. In de praktijk van 1940 betekende dit een registratie van een ongehuwd samenwonend paar.
Er is sprake van ambtelijke twijfel:
1. 5 juni: Een ambtenaar noteert de wijziging en geeft de instructie "Opbergen".
2. 24 juni: Ambtenaar JLH plaatst een kritische kanttekening. Hoewel het "logisch" lijkt, vraagt hij zich af of dit niet tegen de officiële voorschriften indruist en of dit niet in een "Macht. Conf." (waarschijnlijk een Machtigingsconferentie of commissie) besproken moet worden.
3. 26 juni: De knoop wordt doorgehakt door W. Laan met de simpele vermelding "Geen bezwaar".
De terminologie "niet-wettigen echtgenoot" is typerend voor de vooroorlogse en vroege oorlogsjaren, waarin samenwonen zonder huwelijk juridisch en sociaal gecompliceerd was, maar voor bepaalde uitkeringen of registraties (zoals distributiestamkaarten) wel vastgelegd moest worden. De data (juni 1940) zijn historisch significant: Nederland was net gecapituleerd (15 mei 1940) en bevond zich in de overgangsfase naar het bestuur onder de Rijkscommissaris Seyss-Inquart. De Nederlandse bureaucratie bleef echter grotendeels intact en werkte volgens de bestaande regels en modellen (zoals Model No. 14 uit 1937).
De discussie over "principiële" afwijking van voorschriften laat zien dat de ambtelijke molens bleven draaien, ook tijdens de grote politieke omwenteling. Mogelijk had de wijziging te maken met distributieregelingen of de gezinssamenstelling in het kader van de crisisbeheersing, waarbij de werkelijke leefsituatie belangrijker werd dan de strikte juridische huwelijkse staat. M. No W. Laan