Formele waarschuwingsbrief / doorslag van ambtelijke correspondentie.
Origineel
Formele waarschuwingsbrief / doorslag van ambtelijke correspondentie. 29 november 1940. [Handgeschreven, bovenaan:] extra
No.25/243/2 M T.Boeske 1e Jan van der Heydenstr.125 I
No.25/243/3 M A.Groenteman Blasiusstraat 86 I
No.25/243/4 M A.Polak Iepenweg 19 II
29 November 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Donderdag 28 November
jl. de markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschre-
ven tijdstip met Uw goederen had verlaten.
Ik maan U hierbij aan U ten deze voortaan stipt aan
den vastgestelden tijd te houden.
De Directeur, Het document is een zakelijke waarschuwing gericht aan drie individuele marktkooplieden. De opmaak duidt op een administratieve doorslag (carbon copy) waarbij de namen van de overtreders bovenaan zijn verzameld. De toon is streng en bureaucratisch ("Mij is gerapporteerd", "Ik maan U hierbij aan").
De overtreding betreft het niet tijdig verlaten van de Albert Cuypmarkt op donderdag 28 november 1940. De "Directeur" (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen) herinnert de ontvangers eraan dat zij zich stipt aan de vastgestelde markttijden moeten houden. De nummers linksboven (bijv. No. 25/243/2 M) verwijzen waarschijnlijk naar dossier- of vergunningsnummers in het archief van de marktdienst. Dit document is gedateerd in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - mei 1945). Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve maatregel lijkt voor het handhaven van de openbare orde op de markt, krijgt het een diepere lading door de datum en de namen van de betrokkenen.
De namen "Groenteman" en "Polak" zijn veelvoorkomende Joodse achternamen in Amsterdam. In november 1940 waren de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter al van kracht (zoals de ariërverklaring voor ambtenaren in oktober 1940). De druk op Joodse ondernemers en marktkooplieden nam in deze periode snel toe. In februari 1941, slechts enkele maanden na deze brief, werd het Joden door de bezetter verboden om nog op openbare markten te staan. Dergelijke officiële waarschuwingen voor relatief kleine overtredingen (zoals te laat opruimen) konden in die tijd worden gebruikt als aanleiding voor strengere sancties of het intrekken van vergunningen, specifiek gericht op de Joodse bevolking. De handgeschreven notitie "extra" zou kunnen duiden op een bijzondere administratieve behandeling van deze gevallen. A. Groenteman A. Polak T. Boeske Marktwezen