Archiefdocument
Origineel
Augustus 1940. Linkerzijde:
Nº 26/59/4 M. 1940
Opgeroepen per
(datum) 7 Aug. ’40 (uur) 9-12 u.
wegens niet geregeld bezetten plaats op de markt
Dapperstraat
Kraamkaart nr. 264
(gew. 5/7 ’40)
a.l.
Mw. H. Prins - Polak
Gelderschekade 73 II
Rechterzijde:
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan opr. g.g.g.
14-8-40 geschrapt
GEZIEN [stempel]
DE INSPECTEUR [stempel]
[Paraaf: H.J.S.]
21-8-40 / 8 Dit document is een officiële registratie van een maatregel tegen een marktkoopvrouw in Amsterdam. Mevrouw H. Prins-Polak, woonachtig aan de Gelderschekade, beschikte over een vaste standplaats op de Dappermarkt (kraamkaart 264).
Uit de kaart blijkt dat zij haar plek niet conform de regels "geregeld" bezette. Hiervoor werd zij op 7 augustus 1940 ontboden voor een verhoor of gesprek. De inspecteur noteerde vervolgens: "Aan opr. g.g.g.", wat de ambtelijke afkorting is voor "Aan oproep geen gevolg gegeven". Omdat zij niet kwam opdagen, werd haar vergunning op 14 augustus 1940 definitief "geschrapt". De inspecteur heeft het dossier op 21 augustus 1940 met een stempel en paraaf gesloten. De datum op dit document (augustus 1940) is cruciaal: dit is slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de reden voor het intrekken van de vergunning formeel een administratief verzuim is, moet dit gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende vervolging van Joodse Amsterdammers.
De achternaam "Polak" en het woonadres aan de Gelderschekade (gelegen in de oude Joodse buurt) duiden op een Joodse achtergrond. In de eerste maanden van de bezetting begonnen de autoriteiten marktvergunningen van Joodse handelaren strenger te controleren en vaker in te trekken als voorbode op de latere algehele uitsluiting van Joden van de markten in 1941. Het feit dat zij niet op de oproep verscheen, kan te maken hebben gehad met de heersende angst of de onmogelijkheid om op dat moment aan ambtelijke eisen te voldoen. H. Prins Marktwezen