Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 364
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (handgeschreven)

8 januari 1941 Van: J. Renz

Origineel

Brief (handgeschreven) 8 januari 1941 J. Renz Dapperstraat 8 Jan: 1941

                                           Den Heer
                                           Inspecteur

Vaste plaatshouders uitstel geven van
plaats bezetten, wil zeggen het laten verloopen
van markten. Hierbij zou ik U in overwe-
ging willen geven, Dhr: S. de Boer pl: n: 87, bij
U te laten ontbieden, en hem er op wijzen dat
het ook zijn belang is dat de markt niet
verloopt, en hij dus 1 dag per week van zijn
plaats gebruik moet maken -
J. Renz De brief is een formeel verzoek van J. Renz aan een marktinspecteur betreffende het beheer van de standplaatsen op de Dappermarkt in Amsterdam. De kern van het schrijven is dat het ongebruikt laten van vaste standplaatsen de vitaliteit van de markt schaadt ("het laten verloopen van markten").

Renz adviseert de inspecteur om een specifieke koopman, de heer S. de Boer (houder van plaats nr. 87), officieel te ontbieden. Het doel is om hem duidelijk te maken dat het in zijn eigen belang (en dat van de markt als geheel) is dat hij zijn standplaats daadwerkelijk gebruikt, met een voorgestelde minimumfrequentie van ten minste één dag per week. Het document is gedateerd in januari 1941, vroege oorlogsjaren tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Dappermarkt een cruciale bron van levensmiddelen voor Amsterdam-Oost. Vanwege de toenemende schaarste en distributiemaatregelen was een strakke regulering van de marktplaatsen essentieel.

De brief getuigt van de sociale en economische controlemechanismen op de markt; men hield elkaar scherp om te voorkomen dat de marktwaarde en het aanbod zouden verwateren. De afzender, J. Renz, had vermoedelijk een toezichthoudende functie of was een vertegenwoordiger van de marktkoopliedenvereniging die nauw samenwerkte met de gemeentelijke marktinspectie. J. Renz S. de Boer Vaste plaatshouders (Inspecteur)

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van J. Renz aan een marktinspecteur betreffende het beheer van de standplaatsen op de Dappermarkt in Amsterdam. De kern van het schrijven is dat het ongebruikt laten van vaste standplaatsen de vitaliteit van de markt schaadt ("het laten verloopen van markten").

Renz adviseert de inspecteur om een specifieke koopman, de heer S. de Boer (houder van plaats nr. 87), officieel te ontbieden. Het doel is om hem duidelijk te maken dat het in zijn eigen belang (en dat van de markt als geheel) is dat hij zijn standplaats daadwerkelijk gebruikt, met een voorgestelde minimumfrequentie van ten minste één dag per week.

Historische Context

Het document is gedateerd in januari 1941, vroege oorlogsjaren tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Dappermarkt een cruciale bron van levensmiddelen voor Amsterdam-Oost. Vanwege de toenemende schaarste en distributiemaatregelen was een strakke regulering van de marktplaatsen essentieel.

De brief getuigt van de sociale en economische controlemechanismen op de markt; men hield elkaar scherp om te voorkomen dat de marktwaarde en het aanbod zouden verwateren. De afzender, J. Renz, had vermoedelijk een toezichthoudende functie of was een vertegenwoordiger van de marktkoopliedenvereniging die nauw samenwerkte met de gemeentelijke marktinspectie.

Genoemde Personen 3

J. Renz S. de Boer Vaste plaatshouders (Inspecteur)

Locaties

Dappermarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6