Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 278
Dossier 4
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / memo.

11 oktober 1940 (met latere parafen op 15 en 17 oktober 1940).

Origineel

Ambtelijke notitie / memo. 11 oktober 1940 (met latere parafen op 15 en 17 oktober 1940). [Inschrijving / Kenmerk linksboven:]
Inschrijving #

[Stempel:]
№ 27/83/5 M. 1940
[met handgeschreven toevoeging:] 23/10

[Aantekening in rood potlood:]
m.i. admin. dagmarkten

[Hoofdtekst:]
Betreffende de plaatsbezetting op de markt aan de
Nic. Beetsstraat en intrekking van de plaatsen
G. Tap, K. Schuitema en P. Schirpstra, heb ik desgevraagd
het navolgende mede. Op dit stukje markt zijn
slechts zeven vaste plaatsen toegewezen. Twee hiervan
komen twee of meer dagen per week, terwijl de andere
vijf alleen op Zaterdag staan omdat zij op andere
dagen hun kostje niet kunnen verdienen. Voor deze
plaatsen zijn geen liefhebbers. Intrekking bewerkt
stellig dat in plaats 60 cent, dan slechts 15 cent per
week en per plaats wordt ingevorderd. Ik geef in overwe-
ging Art. 11 tweede lid op dit onbelangrijk stukje markt
niet toe te passen. Moeilijkheden of klachten zijn
in dit geval uitgesloten, terwijl onze Dienst er
financieel bij wordt gediend.

Amsterdam, 11 October ’40
[handtekening]

[Linksonder:]
m.i. geen bezwaar.
15-10-40
Directeur Marktwezen.
[handtekening]

[Midden onder:]
Acc.
17-10-40
[paraf]

[Rechtsonder in blauw potlood:]
2.0.2. In deze notitie van de Dienst Marktwezen in Amsterdam wordt geadviseerd over de handhaving van marktplaatsen in de Nicolaas Beetsstraat. De kern van de zaak is de toepassing van de marktverordening (mogelijk betreffende de aanwezigheidsplicht).

Drie kooplieden (Tap, Schuitema en Schirpstra) gebruiken hun vaste plaatsen op deze kleine markt niet de gehele week, maar hoofdzakelijk op zaterdag, omdat de overige dagen niet rendabel zijn ("hun kostje niet kunnen verdienen"). De ambtenaar stelt voor om de regels (Artikel 11, tweede lid) soepel te interpreteren.

De argumentatie is puur pragmatisch en financieel van aard:
1. Er zijn geen andere gegadigden ("liefhebbers") voor deze plekken.
2. Als de vaste plaatsen worden ingetrokken, verliest de stad inkomsten: in plaats van de vaste 60 cent per week, zou er dan slechts 15 cent (waarschijnlijk het dagtarief voor incidentele bezetting) worden geïnd.
3. Omdat het een "onbelangrijk stukje markt" betreft, worden er geen klachten verwacht.

De Directeur Marktwezen gaat hiermee akkoord op 15 oktober 1940. Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, geeft het document een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van de gemeentelijke administratie in die tijd. De markt in de Nicolaas Beetsstraat (Oud-West) was een kleine buurtmarkt.

Opmerkelijk is de focus op "financieel gewin" voor de gemeentelijke dienst boven een strikte naleving van de regels. In een tijd van toenemende economische onzekerheid probeerde de Dienst Marktwezen blijkbaar de inkomsten op peil te houden door kleine zelfstandigen enige coulance te verlenen, wat tevens voorkwam dat de marktplaatsen leeg bleven staan. G. Tap K. Schuitema P. Schirpstra Marktwezen

Samenvatting

In deze notitie van de Dienst Marktwezen in Amsterdam wordt geadviseerd over de handhaving van marktplaatsen in de Nicolaas Beetsstraat. De kern van de zaak is de toepassing van de marktverordening (mogelijk betreffende de aanwezigheidsplicht).

Drie kooplieden (Tap, Schuitema en Schirpstra) gebruiken hun vaste plaatsen op deze kleine markt niet de gehele week, maar hoofdzakelijk op zaterdag, omdat de overige dagen niet rendabel zijn ("hun kostje niet kunnen verdienen"). De ambtenaar stelt voor om de regels (Artikel 11, tweede lid) soepel te interpreteren.

De argumentatie is puur pragmatisch en financieel van aard:
1. Er zijn geen andere gegadigden ("liefhebbers") voor deze plekken.
2. Als de vaste plaatsen worden ingetrokken, verliest de stad inkomsten: in plaats van de vaste 60 cent per week, zou er dan slechts 15 cent (waarschijnlijk het dagtarief voor incidentele bezetting) worden geïnd.
3. Omdat het een "onbelangrijk stukje markt" betreft, worden er geen klachten verwacht.

De Directeur Marktwezen gaat hiermee akkoord op 15 oktober 1940.

Historische Context

Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, geeft het document een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van de gemeentelijke administratie in die tijd. De markt in de Nicolaas Beetsstraat (Oud-West) was een kleine buurtmarkt.

Opmerkelijk is de focus op "financieel gewin" voor de gemeentelijke dienst boven een strikte naleving van de regels. In een tijd van toenemende economische onzekerheid probeerde de Dienst Marktwezen blijkbaar de inkomsten op peil te houden door kleine zelfstandigen enige coulance te verlenen, wat tevens voorkwam dat de marktplaatsen leeg bleven staan.

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6