Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 280
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/oproeping van de Gemeente Amsterdam.

22 juli 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Aan: Den Heer J. Kopec, Lepelstraat 77 I, Amsterdam-Centrum (Wijk 10).

Origineel

Officiële brief/oproeping van de Gemeente Amsterdam. 22 juli 1940. De Directeur van het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Den Heer J. Kopec, Lepelstraat 77 I, Amsterdam-Centrum (Wijk 10). [Logo: Stadswapen Amsterdam met drie kruizen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.

TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN


No. 33/64/4 M.
BIJLAGE ___ AMSTERDAM (W.) 22 Juli 1940.
ONDERWERP:
______ JAN VAN GALENSTRAAT 14

[Handgeschreven in potlood: Verzonden 22/7]

AAN
den Heer J. Kopec,
Lepelstraat 77 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.

Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Westerstraat regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.

Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 24 Juli a.s. om 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

De Directeur,

[Ongetekend]

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een formele aanzegging van een bestuursrechtelijke maatregel. De kern van het schrijven is dat de heer Kopec zijn toegewezen marktplaats op de Westerstraat onvoldoende benut.

Juridische grondslag: De brief verwijst expliciet naar "artikel 11 van het Reglement op de Markten". In de Amsterdamse marktverordeningen van die tijd was dit een standaardbepaling: een koopman was verplicht zijn standplaats persoonlijk en regelmatig in te nemen. Zo niet, dan kon de vergunning worden ingetrokken om de schaarse plekken beschikbaar te stellen aan anderen.

Procedure: De brief hanteert het principe van hoor en wederhoor. Hoewel de directeur stelt dat de plaats "behoort te worden ingetrokken", krijgt de betrokkene nog één kans om zijn zaak te bepleiten bij de Inspecteur voordat de definitieve beslissing valt.

Kenmerken: De brief is zakelijk en dwingend van toon. Het gebruik van een voorgedrukt model (A.Z. Model no. 8) duidt erop dat dit een veelvoorkomende administratieve procedure was binnen het Marktwezen. Historische periode: De brief is gedateerd op 22 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de brief eruitziet als een normale administratieve handeling, krijgt deze kleur door de context van de bezettingsjaren.

Sociaal-geografische context: De ontvanger, de heer Kopec, woonde in de Lepelstraat (nabij de Weesperstraat), een buurt die destijds een zeer hoog percentage Joodse inwoners kende. De naam "Kopec" duidt mogelijk op een Joods-Poolse achtergrond. De Westerstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam waar veel Joodse handelaren werkzaam waren.

De bezetting en de markten: Al vrij snel na het begin van de bezetting begonnen de nazi's met het beperken van de bewegingsvrijheid en economische rechten van Joodse burgers. In de loop van 1941 zouden Joodse handelaren volledig van de reguliere markten worden geweerd en verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel deze brief van juli 1940 op het eerste gezicht een louter bureaucratische waarschuwing lijkt voor verzuim, kan het niet-bezetten van een marktplaats in deze onzekere zomer van 1940 ook te maken hebben gehad met de toenemende druk, angst of de veranderende omstandigheden voor Joodse Amsterdammers direct na de inval. De administratieve raderen van de gemeente bleven ondertussen, zoals dit document toont, onverstoorbaar doordraaien volgens de geldende reglementen.

Samenvatting

Dit document is een formele aanzegging van een bestuursrechtelijke maatregel. De kern van het schrijven is dat de heer Kopec zijn toegewezen marktplaats op de Westerstraat onvoldoende benut.

Juridische grondslag: De brief verwijst expliciet naar "artikel 11 van het Reglement op de Markten". In de Amsterdamse marktverordeningen van die tijd was dit een standaardbepaling: een koopman was verplicht zijn standplaats persoonlijk en regelmatig in te nemen. Zo niet, dan kon de vergunning worden ingetrokken om de schaarse plekken beschikbaar te stellen aan anderen.

Procedure: De brief hanteert het principe van hoor en wederhoor. Hoewel de directeur stelt dat de plaats "behoort te worden ingetrokken", krijgt de betrokkene nog één kans om zijn zaak te bepleiten bij de Inspecteur voordat de definitieve beslissing valt.

Kenmerken: De brief is zakelijk en dwingend van toon. Het gebruik van een voorgedrukt model (A.Z. Model no. 8) duidt erop dat dit een veelvoorkomende administratieve procedure was binnen het Marktwezen.

Historische Context

Historische periode: De brief is gedateerd op 22 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de brief eruitziet als een normale administratieve handeling, krijgt deze kleur door de context van de bezettingsjaren.

Sociaal-geografische context: De ontvanger, de heer Kopec, woonde in de Lepelstraat (nabij de Weesperstraat), een buurt die destijds een zeer hoog percentage Joodse inwoners kende. De naam "Kopec" duidt mogelijk op een Joods-Poolse achtergrond. De Westerstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam waar veel Joodse handelaren werkzaam waren.

De bezetting en de markten: Al vrij snel na het begin van de bezetting begonnen de nazi's met het beperken van de bewegingsvrijheid en economische rechten van Joodse burgers. In de loop van 1941 zouden Joodse handelaren volledig van de reguliere markten worden geweerd en verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel deze brief van juli 1940 op het eerste gezicht een louter bureaucratische waarschuwing lijkt voor verzuim, kan het niet-bezetten van een marktplaats in deze onzekere zomer van 1940 ook te maken hebben gehad met de toenemende druk, angst of de veranderende omstandigheden voor Joodse Amsterdammers direct na de inval. De administratieve raderen van de gemeente bleven ondertussen, zoals dit document toont, onverstoorbaar doordraaien volgens de geldende reglementen.

Gerelateerde Documenten 6