Brief of interne mededeling (mogelijk een concept of doorslag).
Origineel
Brief of interne mededeling (mogelijk een concept of doorslag). 15 en 16 september 1939. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. OA/119/1 193.9
DOORGEZONDEN: 15/9 - 39
[Bovenaan handgeschreven:]
16/9/39 AD [initialen]
[In rood potlood:] 8A/119/2 M
[Inhoud brief:]
Den Heer Dir.-Gen. v d Arbeidsbeurs,
Naar aanleiding van Uw brief d.d.
14 dezer ~~stel ik u mede~~ no. 13/18 G.A.B.,
deel ik U mede, dat bij mijn dienst
geen personeel als door U bedoeld
tengevolge der mobilisatie is ont-
slagen.
[Ondertekening:]
DD.
[Linksonder voorgedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: De brief is een reactie op een verzoek om informatie over eventuele ontslagen die zijn gevallen als direct gevolg van de mobilisatie.
* Kernboodschap: De afzender deelt de Directeur-Generaal van de Arbeidsbeurs mede dat er bij zijn specifieke overheidsdienst geen personeelsleden zijn ontslagen vanwege de mobilisatie.
* Administratieve sporen: De doorhaling ("stel ik u mede") wijst op een correctie tijdens het schrijven om dubbelop taalgebruik te voorkomen ("deel ik U mede"). De stempels en codes (zoals "8A/119/2 M") zijn archieftechnische kenmerken die wijzen op een gestroomlijnd proces van inkomende en uitgaande stukken.
* Toon: Zeer formeel en zakelijk, kenmerkend voor de Nederlandse overheidsbureaucratie van de jaren dertig. Dit document bevindt zich midden in een cruciale historische periode. Eind augustus 1939 kondigde Nederland de algemene mobilisatie af naar aanleiding van de dreigende oorlogssituatie in Europa (de Duitse inval in Polen vond plaats op 1 september 1939).
De mobilisatie had een enorme impact op de arbeidsmarkt; tienduizenden werkende mannen werden opgeroepen voor militaire dienst. De Arbeidsbeurs (de voorloper van het CWI/UWV) hield nauwlettend toezicht op de personele bezetting bij overheids- en semioverheidsinstellingen om te monitoren of de mobilisatie leidde tot werkloosheid of juist personeelstekorten. Deze korte brief is een bewijs van de bureaucratische controle op de arbeidsmarktgevolgen van de militaire paraatheid tijdens de vroege dagen van de Tweede Wereldoorlog.