Getypte brief, waarschijnlijk een doorslag op dun (doorslag)papier.
Origineel
Getypte brief, waarschijnlijk een doorslag op dun (doorslag)papier. 7 november 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Extra
VP/HG.
den Heer I. Hammelburg,
Weesperstraat 23 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
33/76/2 H. 7 November 1940.
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 3 September jl.
verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na dato
dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de
markt Westerstraat te bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook
tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt be-
taald.
De Directeur, De brief is een officiële beschikking waarin de heer Hammelburg toestemming krijgt om voor een periode van maximaal drie maanden zijn marktplaats aan de Westerstraat onbezet te laten. Dit was een formele noodzaak, aangezien kooplieden destijds verplicht waren hun plek persoonlijk in te nemen om hun vergunning te behouden. De enige gestelde voorwaarde is de tijdige betaling van de wekelijkse standgelden. De brief getuigt van de voortdurende ambtelijke bureaucratie in de vroege fase van de bezetting. De datum van de brief, november 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, I. Hammelburg, woonde in de Weesperstraat, een straat die centraal stond in de Amsterdamse Jodenbuurt. De achternaam en woonplaats wijzen op een Joodse achtergrond van de ontvanger.
De Westerstraatmarkt was (en is) een van de grote markten in de Jordaan. In deze periode begonnen de eerste restricties voor Joodse burgers voelbaar te worden, al lijkt dit op het eerste gezicht een gewone administratieve kwestie. Het verzoek om drie maanden afwezigheid kan duiden op persoonlijke omstandigheden of de veranderende sociale en economische druk waaronder Joodse Amsterdammers in die tijd kwamen te staan. I. Hammelburg