Handgeschreven brief (inkt op gelinieerd papier).
Origineel
Handgeschreven brief (inkt op gelinieerd papier). 13 september 1940. D. Davidson, Jac. van Lennepstraat 75, Amsterdam. De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. № 33/77/11 M. 1940 16/9
Amsterdam 13 Sept 1940 [notitie rechtsboven: mi Insp]
Geachte Heer Inspecteur van het
Marktwezen. Naar aanleiding van
uw brief die ik ontvangen heb, om elf
September bij u te komen, kan ik tot
mijn spijt niet bij u komen, daar ik
die brief eerst woensdagmiddag ontvangen
heb. Bij dezen wou ik u vragen,
mijn plaats op de Westerstraat weder
beschikbaar te stellen, daar ik zoo u weet
onder Doctors handen ben. En mij het
niet mogelijk was om te komen.
Schuld heb ik niet, daar ik iedere week
nog betaald heb.
In Afwachting i
Een goedgunstig antwoord s.v.p.
Hoogachtend
D. Davidson
Jac van Lennepstraat 75
Amsterdam De brief is geschreven door de heer (of mevrouw) D. Davidson naar aanleiding van een gemiste afspraak met de Inspecteur van het Marktwezen op 11 september 1940. De schrijver voert twee redenen aan voor de afwezigheid: de uitnodiging kwam te laat aan (woensdagmiddag, de dag van de afspraak zelf) en de schrijver is momenteel onder medische behandeling ("onder Doctors handen").
De kern van het verzoek is om de marktplaats op de Westerstraat te mogen behouden ("weder beschikbaar te stellen"). De schrijver benadrukt daarbij dat er geen financiële achterstand is en dat het marktgeld elke week netjes is voldaan, wat suggereert dat de schrijver vreest de plek kwijt te raken door het verzuim of de ziekte. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Westerstraat in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam.
Gezien de achternaam 'Davidson' en de tijdsperiode is deze brief historisch precair. Vanaf de zomer van 1940 begonnen de eerste beperkende maatregelen tegen Joodse burgers, hoewel de grootschalige uitsluiting van markten en de verplichting van een 'J' in het persoonsbewijs pas later in 1941 hun dieptepunt bereikten. De brief toont de kwetsbaarheid van een marktkoopman die, ondanks ziekte en administratieve vertraging, strijdt voor zijn bestaansrecht door te wijzen op zijn correcte betalingsverleden. De stempels en nummers bovenin duiden op een officiële verwerking door de gemeentelijke bureaucratie van het Marktwezen.