Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 473
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / interne memo.

21 november 1940.

Origineel

Ambtelijke notitie / interne memo. 21 november 1940. 33/92/3 "70"

Aan den Inspecteur
afd. Marktwezen
alhier

Wat het verzoek van pck no 250 M Aarons
betreft dient het volgende.
Aarons heeft gedurende het laatste jaar
zoogoed als geen gebruik van zijn marktplaats
gemaakt. Dat de verzorgster van zijn zieke
vrouw thans in een T.B. ligt, is mij geen
motief hem nog langer uitstel te verleenen.

21 Nov: 1940

[Handtekening] De notitie is een kort, zakelijk advies aan de Inspecteur van het Marktwezen over het verzoek van een marktkoopman genaamd M. Aarons. De kern van het document is een afwijzing: de schrijver stelt dat Aarons zijn marktplaats het afgelopen jaar nauwelijks heeft gebruikt.

Interessant is de afwijzing van de humanitaire reden die Aarons blijkbaar heeft aangevoerd. Hij kampt met een zieke vrouw, en de persoon die haar verzorgde is zelf opgenomen met T.B. (tuberculose). De ambtenaar die deze notitie schreef, vindt dit echter "geen motief" om nog langer uitstel te verlenen (waarschijnlijk uitstel voor het weer persoonlijk innemen van de marktplaats of het betalen van staanplaatsgelden om de vergunning te behouden). De toon is onverbiddelijk en strikt bureaucratisch. Dit document moet worden gezien in het licht van de historische context van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De achternaam 'Aarons' duidt vrijwel zeker op een Joodse achtergrond.

In deze periode begonnen de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie met het stapsgewijs uitsluiten van Joden uit het economische leven. Hoewel de brief een zakelijke reden aanvoert (het niet gebruiken van de marktplaats), is de onverzettelijke houding van de ambtenaar jegens een Joodse burger in deze specifieke maand zeer tekenend. Het is aannemelijk dat dit document deel uitmaakt van de bredere administratieve vervolging en uitsluiting van Joodse marktkooplieden, waarbij de regels strikt werden toegepast om hen hun broodwinning te ontnemen.

Samenvatting

De notitie is een kort, zakelijk advies aan de Inspecteur van het Marktwezen over het verzoek van een marktkoopman genaamd M. Aarons. De kern van het document is een afwijzing: de schrijver stelt dat Aarons zijn marktplaats het afgelopen jaar nauwelijks heeft gebruikt.

Interessant is de afwijzing van de humanitaire reden die Aarons blijkbaar heeft aangevoerd. Hij kampt met een zieke vrouw, en de persoon die haar verzorgde is zelf opgenomen met T.B. (tuberculose). De ambtenaar die deze notitie schreef, vindt dit echter "geen motief" om nog langer uitstel te verlenen (waarschijnlijk uitstel voor het weer persoonlijk innemen van de marktplaats of het betalen van staanplaatsgelden om de vergunning te behouden). De toon is onverbiddelijk en strikt bureaucratisch.

Historische Context

Dit document moet worden gezien in het licht van de historische context van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De achternaam 'Aarons' duidt vrijwel zeker op een Joodse achtergrond.

In deze periode begonnen de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie met het stapsgewijs uitsluiten van Joden uit het economische leven. Hoewel de brief een zakelijke reden aanvoert (het niet gebruiken van de marktplaats), is de onverzettelijke houding van de ambtenaar jegens een Joodse burger in deze specifieke maand zeer tekenend. Het is aannemelijk dat dit document deel uitmaakt van de bredere administratieve vervolging en uitsluiting van Joodse marktkooplieden, waarbij de regels strikt werden toegepast om hen hun broodwinning te ontnemen.

Gerelateerde Documenten 6