Ambtelijke handgeschreven notitie op papier.
Origineel
Ambtelijke handgeschreven notitie op papier. 15 november 1940. Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen alhier.
bij: 33/40/1 -40
Den heer Verduin heeft van af
4/11 t/m 14/11 zijn plaats op het Waterlooplein
niet bezet. Op de lijst m. n. 57 van
16 Sept t/m 19 Oct: 40 is dit door mij nog
niet gemeld.
A.dam - 15 Nov. 40
[Handtekening] Deze notitie is een interne dienstmededeling binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie, specifiek het Marktwezen. De schrijver (waarschijnlijk een marktmeester of controleur) rapporteert dat een marktkoopman, de heer Verduin, zijn standplaats op het Waterlooplein gedurende tien dagen (4 t/m 14 november 1940) niet heeft gebruikt.
De tekst wijst op een strakke administratieve controle: de schrijver verontschuldigt zich min of meer voor het feit dat deze afwezigheid niet op een eerdere mutatielijst (lijst m. n. 57) stond. In de ambtelijke bureaucratie was het bezet houden van een standplaats essentieel voor het behoud van de marktvergunning. Het document dateert van november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. Dit geeft de notitie een beladen historische context. Het Waterlooplein was in die tijd het centrale plein van de Joodse buurt in Amsterdam, en de markt was een belangrijke bron van inkomsten voor veel Joodse gezinnen.
Hoewel de tekst op het eerste gezicht louter administratief lijkt, vonden er in deze periode onder Duitse druk steeds meer beperkingen plaats voor Joodse marktkooplieden. De nauwkeurige registratie van wie wel of niet op zijn post was, maakte deel uit van een systeem van toezicht dat later in de oorlog gebruikt zou worden voor verdere uitsluiting en vervolging. Het niet bezetten van een plaats kon in deze context wijzen op ziekte, onderduik, of andere persoonlijke omstandigheden die direct verband hielden met de oorlogsdreiging.