Dienstbrief (officiële correspondentie)
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie) 13 maart 1939 De Directeur (van een nader te bepalen gemeentelijke dienst) HG.
8B/5/2 M.
[Handgeschreven: Verzonden 13/3]
13 Maart 1939.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van de circulaire van Uw
Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 1 Maart 1939 no.119/8
Afd.P.B. (No.213 L.M.1939) heb ik de eer U mede te deelen,
dat gedurende het jaar 1938 geen ambtenaren of werklieden bij
mijn dienst werkzaam waren, die twee of meer betrekkingen,
waaraan uitzicht op pensioen ingevolge de Pensioenwet 1922
(S.240) was verbonden, gelijktijdig hebben bekleed.
De Directeur, De kern van dit document is een administratieve verklaring betreffende het personeelsbeleid en de pensioenopbouw binnen een gemeentelijke dienst. De directeur van de betreffende dienst rapporteert aan de wethouder dat er in het voorgaande jaar (1938) geen sprake is geweest van 'dubbele' functies (cumulatie van betrekkingen) door personeelsleden waarbij voor beide functies pensioenrechten werden opgebouwd volgens de landelijke wetgeving.
De taal is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U mede te deelen"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. De brief dient als bewijs voor de naleving van een specifieke circulaire van de wethouder belast met pensioenzaken. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de Nederlandse bureaucratie strikt toezag op de uitvoering van de Pensioenwet van 1922. Deze wet was bedoeld om de pensioenvoorzieningen voor overheidspersoneel te centraliseren en te uniformeren.
In de jaren '30, gekenmerkt door economische crisis en bezuinigingen, was er scherp toezicht op het voorkomen van "dubbele inkomsten" of het onevenredig opbouwen van pensioenrechten door ambtenaren. Dergelijke jaarlijkse rapportages waren een standaardonderdeel van de gemeentelijke controle op de personeelsadministratie. De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" suggereert dat de afzender mogelijk de directeur was van een dienst die onder dit specifieke wethouderschap viel, zoals de Gemeentelijke Markt- of Voedselvoorziening.
Samenvatting
De kern van dit document is een administratieve verklaring betreffende het personeelsbeleid en de pensioenopbouw binnen een gemeentelijke dienst. De directeur van de betreffende dienst rapporteert aan de wethouder dat er in het voorgaande jaar (1938) geen sprake is geweest van 'dubbele' functies (cumulatie van betrekkingen) door personeelsleden waarbij voor beide functies pensioenrechten werden opgebouwd volgens de landelijke wetgeving.
De taal is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U mede te deelen"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. De brief dient als bewijs voor de naleving van een specifieke circulaire van de wethouder belast met pensioenzaken.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de Nederlandse bureaucratie strikt toezag op de uitvoering van de Pensioenwet van 1922. Deze wet was bedoeld om de pensioenvoorzieningen voor overheidspersoneel te centraliseren en te uniformeren.
In de jaren '30, gekenmerkt door economische crisis en bezuinigingen, was er scherp toezicht op het voorkomen van "dubbele inkomsten" of het onevenredig opbouwen van pensioenrechten door ambtenaren. Dergelijke jaarlijkse rapportages waren een standaardonderdeel van de gemeentelijke controle op de personeelsadministratie. De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" suggereert dat de afzender mogelijk de directeur was van een dienst die onder dit specifieke wethouderschap viel, zoals de Gemeentelijke Markt- of Voedselvoorziening.