Krantenpagina (Avondblad - Derde Blad).
Origineel
Krantenpagina (Avondblad - Derde Blad). Woensdag 26 juni 1940. (Koptekst)
AVONDBLAD — DERDE BLAD — WOENSDAG 26 JUNI 1940
STADSNIEUWS
Gemeenteraad bijeen
Verzoek om een interpellatie afgewezen
In de middagmiddag gehouden zitting van de Amsterdamse gemeenteraad kwam na de goedkeuring van de notulen der vorige vergadering, de installatie van het nieuwe raadslid, den heer C. A. F. Lammers (s.d.) aan de orde.
De heer Lammers legt in handen van den voorzitter de vereiste beloften af, waarna de burgemeester hem gelukwenst met deze benoeming, zeggende, dat deze benoeming een gevolg is van het plotselinge overlijden van dr. Boekman, wiens nagedachtenis hij eert door erop te wijzen, dat hij zijn ijver, plichtsbetrachting en zijn liefde voor de stad bij uw werk tot voorbeeld blijven.
Vragen van ds. Ekering
Bij de ingekomen stukken komt aan de orde een verzoek van den heer Ekering (n.s.b.) om een interpellatie te mogen houden over het optreden van de politie in de woelige dagen van 10 tot 15 Mei.
De burgemeester antwoordt, dat hij gaarne aan het verzoek zou willen voldoen, maar dat de vragen gericht zijn tot het college van B. en W. en dat hij, burgemeester, verantwoordelijk is rechtstreeks van doen heeft. Bovendien is hij volgens de instructies niet vrij voor een dergelijk interpellabel. Om beide redenen kan spr. het verzoek niet toestaan.
Ex-aapjeskoetsier vertelt van de goede, oude tijd
„Het paard zal nooit verdwijnen”, is de rotsvaste mening van den ex-aapjeskoetsier Kleine Willem (links) en zijn collega, die thans weer op de bok zit, is het hiermee roerend eens.
Kleine Willem houdt van het paard!
Hij was bekend bij studenten en fuifnummers
„Heus meneer, het paard zal nooit verdwijnen. Wat de eerste paarden verdienden, hebben de auto’s opgevreten. En nu gaat het paard het weer terug verdienen!...”
Deze kernachtige, wellicht voor enige tegenspraak vatbare uitspraak, tekenden wij dezer dagen op uit de mond van een der oudste koetsiers van de Amsterdamse Rijtuig-Maatschappij, die thans weer op de bok zit van zijn koetsje en de klanten bedient, die hun auto’s in de garages hebben moeten opbergen.
HET NEDERLANDSE SCHIP
Onder de tekeningen, die in het Scheepvaartmuseum aan de Cornelis Schuytstraat tentoongesteld zijn, zijn er vele van de beroemde Nederlandse zeeschilders Willem van der Velde den Oude en Willem van der Velde den Jonge. Zij zijn de vaders van een gehele school van Nederlandse scheepsschilders en tekenaars, maar ook van een Engelsche school, aangezien vader en zoon, toen het zwaartepunt van de Europese scheepsbouw zich van Holland naar Engeland verplaatste, met een groot gedeelte naar Engeland zijn getrokken om daar hun werk voort te zetten.
Raad en bijstand in moeilijke dagen
Bureau voor Arbeidsrecht breidt uit
Honderden komen op het spreekuur
Het Bureau voor Arbeidsrecht van de Amsterdamse Bestuurdersbond gaat, zoals wij reeds mededeelden, zijn werkzaamheden uitbreiden. Deze mededeling zal de tienduizenden Amsterdamse arbeiders, die aangesloten zijn bij een moderne vakbond, stelling groot genoegen doen. De behoefte aan raad en bijstand is in normale tijden al groot, omdat eenvoudige arbeiders nu eenmaal in wetten en verordeningen niet zo goed thuis zijn, maar die behoefte is in deze dagen nog groter dan anders, omdat velen plotseling in geheel veranderde omstandigheden zijn komen te verkeeren en lang niet altijd de weg weten door de moeilijkheden, waar zij zich doorheen hebben te slaan. * Bestuur en Politiek: De tekst weerspiegelt de politieke spanning direct na de inval. De NSB (bij monde van ds. Ekering) probeert het optreden van de politie tijdens de meidagen van 1940 aan de kaak te stellen via een interpellatie. De burgemeester (destijds de door de Duitsers gehandhaafde Willem de Vlugt) wijst dit af op procedurele gronden en deels met een verwijzing naar instructies van de bezetter.
* Maatschappelijke Transitie: Er is een duidelijke verschuiving zichtbaar van luxe naar schaarste. Het artikel over de "aapjeskoetsier" Kleine Willem illustreert hoe de paardenkoets in ere hersteld wordt omdat auto's niet meer gebruikt kunnen worden (door brandstofschaarste).
* Sociale Zorg: De uitbreiding van het "Bureau voor Arbeidsrecht" en het "Amsterdams Hulpcomité" wijst op de economische onzekerheid en de noodzaak voor hulp aan arbeiders die getroffen zijn door de mobilisatie en de nieuwe bezettingsregels.
* Cultuur onder Bezetting: Het dagelijkse leven gaat door; de agenda toont een breed aanbod aan bioscopen (Alhambra, Tuschinski, Roxy) en tentoonstellingen. Het artikel over de zeeschilders benadrukt de historische banden tussen de Nederlandse en Engelse scheepvaartgeschiedenis, wat in juni 1940 een subtiele patriottische ondertoon kon hebben. Dit document is een tijdsopname van Amsterdam in de eerste zes weken van de Duitse bezetting. De sfeer is een mengeling van "business as usual" (uitgaansagenda, kunst) en de bittere realiteit van de nieuwe orde.
De vermelding van de installatie van raadslid Lammers ter vervanging van de overleden dr. Emanuel Boekman is historisch beladen: Boekman was een gerespecteerd Joods wethouder die op 15 mei 1940, de dag van de Nederlandse capitulatie, samen met zijn vrouw zelfmoord pleegde. De burgemeester prijst zijn ijver, wat in deze context gelezen kan worden als een eerbetoon aan een democratisch en Joods bestuurder onder het toeziend oog van de bezetter.
Tegelijkertijd zien we de opkomst van de NSB binnen de gemeenteraad, die probeert af te rekenen met het oude politieapparaat. De schaarste begint zijn intrede te doen, wat blijkt uit de terugkeer van het paard-en-wagen in het stadsbeeld. De krant dient hier als een bron van informatie voor burgers die hun weg moeten vinden in een plotseling veranderde juridische en sociale wereld. F. Lammers Lammers legt (De heer) NSB Politie