Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 78
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt verslag / Logistiek voorstel.

2 juni 1940

Origineel

Getypt verslag / Logistiek voorstel. 2 juni 1940 Amsterdam 2 Juni 1940

Betreft Paardentractie voor Vervoer van en naar de Centrale Markt Amsterdam.

Benoodigd zyn 500 paarden voor het vervoer door tuinders grossiers en winkeliers; het vervoer door expediteurs, waarvoor tot nog toe van ca 13 zware vrachtauto's gebruik werd gemaakt, wordt (met het oog op de groote afstanden waarover dit vervoer moet geschieden) aangenomen in de naaste toekomst per spoor of gesleept vaartuig te moeten geschieden.

Op de Centrale markt komen thans in doorsnee ruim 500 auto's t.w.:
* rond 200 van grossiers
* " 60 " tuinders
* " 300 " winkeliers

Deze auto's varieeren van 1 tot 5 ton laadvermogen; een paard kan 1 tot 1 1/2 ton trekken, waarom voor vervanging van benzine- door paardentractie, krap gerekend, 500 paarden noodig geacht worden.

De tijd waarbinnen paardentractie noodig is, loopt van het aanbreken van den dag tot ongeveer 11 uur v.m.

De daarin af te leggen afstanden zyn:
a. voor de tuinders 5 a 10 K.M., dus maximum heen en terug 40 K.M. Combinatie van vervoer is tot op zekere hoogte mogelyk.
b. voor grossiers per wagen 20 K.M. per dag.
c. voor winkeliers 5 a 6 K.M., dus maximum 12 K.M. per dag.

Toelichting: Voor de tuinders moet, aannemende dat halen en brengen vanaf de Centrale Markt geschied, de afstand tot hun bedryf 4 maal per dag worden afgelegd; door grossiers wordt thans niet bij de winkeliers thuisbezorgd, maar aangenomen wordt dat by mogelykheid van paardentractie, thuisbezorging, althans van een deel der aardappelen, weer zal plaats vinden.

De paarden kunnen 's middags voor ander vervoer in de stad worden gebruikt.

Behalve paarden zyn ook platte legerwagens gewenscht. Het laten trekken van auto's door paarden geeft groot kracht- en tydverlies (doodgewicht van auto's). Eventueel ook wagens ingericht voor 2 paarden.

Stalling van paarden in groote legertenten, zoomede plaatsing van het wagenmateriaal by voorkeur op de Centrale markt.

By voorkeur ook voeding, verzorging der dieren vanwege militaire autoriteiten; zoo mogelyk ook koetsiers uit de nog in dienst zynde militairen; het geheel onder militaire leiding.

De kosten voor rekening van het ryk. Van de direct belanghebbenden eventueel een vergoeding te heffen in evenredigheid met de door hen bespaarde kosten. Dit document is een logistiek plan om de voedselvoorziening van Amsterdam veilig te stellen tijdens de vroege dagen van de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:
1. Brandstofschaarste: Er is een directe noodzaak om "benzine-tractie" te vervangen door "paardentractie" vanwege het tekort aan brandstof.
2. Logistieke Rekensom: Men berekent dat er exact 500 paarden nodig zijn om de ruim 500 vrachtwagens te vervangen, rekening houdend met het lagere laadvermogen van een paard (1 tot 1,5 ton).
3. Militaire Samenwerking: Er wordt nadrukkelijk gevraagd om steun van de "militaire autoriteiten" voor stalling (legertenten), voeding en zelfs personeel (militairen als koetsiers).
4. Efficiëntie: Men merkt op dat het trekken van auto's door paarden inefficiënt is door het eigen gewicht van de auto's; men geeft de voorkeur aan platte legerwagens. Het document is gedateerd op 2 juni 1940, minder dan drie weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). De Duitse bezetter begon onmiddellijk met het rantsoeneren van brandstof voor de burgerbevolking en commercieel gebruik om deze te reserveren voor de Wehrmacht.

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam waren cruciaal voor de distributie van groenten, fruit en aardappelen in de stad. Om te voorkomen dat de stad zonder voedsel kwam te zitten, moest er razendsnel worden teruggeschakeld naar pre-industriële vervoersmiddelen. Het feit dat men vraagt om militairen als koetsiers, suggereert dat er op dat moment nog veel Nederlandse gemobiliseerde soldaten beschikbaar waren die nog niet als krijgsgevangenen waren afgevoerd of gedemobiliseerd.

Samenvatting

Dit document is een logistiek plan om de voedselvoorziening van Amsterdam veilig te stellen tijdens de vroege dagen van de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:
1. Brandstofschaarste: Er is een directe noodzaak om "benzine-tractie" te vervangen door "paardentractie" vanwege het tekort aan brandstof.
2. Logistieke Rekensom: Men berekent dat er exact 500 paarden nodig zijn om de ruim 500 vrachtwagens te vervangen, rekening houdend met het lagere laadvermogen van een paard (1 tot 1,5 ton).
3. Militaire Samenwerking: Er wordt nadrukkelijk gevraagd om steun van de "militaire autoriteiten" voor stalling (legertenten), voeding en zelfs personeel (militairen als koetsiers).
4. Efficiëntie: Men merkt op dat het trekken van auto's door paarden inefficiënt is door het eigen gewicht van de auto's; men geeft de voorkeur aan platte legerwagens.

Historische Context

Het document is gedateerd op 2 juni 1940, minder dan drie weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). De Duitse bezetter begon onmiddellijk met het rantsoeneren van brandstof voor de burgerbevolking en commercieel gebruik om deze te reserveren voor de Wehrmacht.

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam waren cruciaal voor de distributie van groenten, fruit en aardappelen in de stad. Om te voorkomen dat de stad zonder voedsel kwam te zitten, moest er razendsnel worden teruggeschakeld naar pre-industriële vervoersmiddelen. Het feit dat men vraagt om militairen als koetsiers, suggereert dat er op dat moment nog veel Nederlandse gemobiliseerde soldaten beschikbaar waren die nog niet als krijgsgevangenen waren afgevoerd of gedemobiliseerd.

Locaties

Amsterdam Nederland

Gerelateerde Documenten 6