Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 25 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van een Noord-Hollandse dienst, gezien de context). [Handgeschreven rechtsboven:] h. v. Duinhoven
[Handgeschreven centraal boven:] Verzonden 25/7
VP/HG.
37/28/10 M.
25 Juli 1940.
den Heer Inspecteur
voor het Verkeer,
Van der Duynstraat 1,
U T R E C H T .
In bijlage dezes heb ik de eer U 5 aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning voor het vervoer van goederen of personen (anders dan met autobussen) langs den weg te doen toekomen, welke aanvragen bij mijn dienst zijn ingediend door personen, welke in de provincie Utrecht woonachtig zijn. Aangezien dezerzijds, in overleg met Uw Ambtgenoot in de provincie Noord-Holland, alleen aanvragen kunnen worden behandeld van bij den teelt of den handel van gewassen van den land- of tuinbouw betrokken personen, die in Noord-Holland woonachtig zijn, verzoek ik U beleefd de behandeling van de onderhavige aanvragen te willen overnemen.
Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat de onderhavige aanvragers hun producten plegen aan te voeren naar de Centrale Markt te Amsterdam; voor de voedselvoorziening dier Gemeente is het gewenscht, dat zij de voor het vervoer noodige benzine in ruimer mate ontvangen, dan hun de vorige maand kon worden toebedeeld.
De Directeur, Deze brief betreft een ambtelijke overdracht van vijf vergunningsaanvragen voor wegtransport. De kern van de zaak is een bevoegdheidskwestie: de aanvragers wonen in de provincie Utrecht, terwijl de afzender van de brief blijkbaar een dienst vertegenwoordigt die (na overleg met een Noord-Hollandse ambtsgenoot) alleen aanvragen van inwoners van Noord-Holland in de agrarische sector behandelt.
De brief is meer dan een simpele doorstuuractie; de schrijver benadrukt het belang van deze transporteurs voor de voedselvoorziening van Amsterdam. Er wordt expliciet verzocht om hen een ruimere hoeveelheid benzine toe te kennen dan in de voorgaande maand, wat wijst op de reeds voelbare schaarste aan brandstof. De datum van de brief, 25 juli 1940, plaatst het document in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts twee maanden na de capitulatie). Hoewel het dagelijks leven en de bureaucratie op het eerste gezicht normaal door leken te gaan, tonen de verwijzingen naar benzinerantsoenering de impact van de oorlog op de logistiek en economie.
De zorg voor de "voedselvoorziening dier Gemeente" (Amsterdam) was in deze periode een topprioriteit voor de overheid om sociale onrust en honger te voorkomen. Het document illustreert hoe de Nederlandse administratie onder bezetting probeerde de vitale functies van de samenleving draaiende te houden binnen de nieuwe beperkingen van schaarste en gecentraliseerde controle.