Getypte brief (doorslag op dun papier)
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier) 5 augustus 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt in Amsterdam) Den Heer Rijksinspecteur voor het Verkeer, te Rotterdam 37/28/13 II
extra
VP/G.
5 Augustus 1940.
den Heer Ryksinspecteur voor het Verkeer,
te
R o t t e r d a m.
Hiermede heb ik de eer U het navolgende te berich-
ten.
Op de Centrale Markt hier ter stede wordt een
plaats voor den verkoop van bloemen bezet door den kweeker
C.Glasbergen, Voorhouterweg 3, Rijnsburg. Ten behoeve van zijn
auto no.H 97554 is aan Glasbergen voornoemd Uwerzijds een ver-
gunning no.B 1830 verleend, waarop echter is aangeteekend,
dat zij niet geldig is voor marktbezoek. Het bedrijf van Glas-
bergen voornoemd is ingesteld op den verkoop in het groot
van bloemen op de Amsterdamsche Centrale Markt; ten gevolge
van de bovenbedoelde aanteekening op zijn vergunning wordt
hem dit bedrijf thans onmogelijk gemaakt, waardoor hij ongetwy-
feld ernstig wordt benadeeld. Het zal daarom dezerzijds op
hoogen prys worden gesteld, indien de bedoelde aanteekening
van de vergunning van Glasbergen wordt geschrapt. Tevens ver-
zoek ik U beleefd het hem voor de maand Augustus toegewezen
quantum benzine, dat 70 liter bedraagt, te willen verhoogen
tot 120 liter, de hoeveelheid, die hy ook in de maand Juli
1940 heeft gehad.
De Directeur, De kern van deze brief is een verzoek om bureaucratische belemmeringen weg te nemen voor een individuele ondernemer, bloemenkweker C. Glasbergen uit Rijnsburg. De directeur van de markt (waarschijnlijk de Amsterdamse Centrale Markt) treedt hier op als pleitbezorger.
Er worden twee concrete knelpunten aangehaald:
1. Beperking op de vervoersvergunning: Hoewel Glasbergen een vergunning heeft voor zijn vrachtwagen (kenteken H 97554), bevat deze een restrictie die marktbezoek verbiedt. Aangezien hij een groothandelaar is die op de markt verkoopt, is deze restrictie tegenstrijdig met zijn bedrijfsvoering.
2. Brandstofrantsoenering: Er wordt gevraagd om het benzine-rantsoen voor augustus te verhogen van 70 naar 120 liter, omdat het lagere kwantum hem belemmert in zijn werkzaamheden.
De brief is geschreven in een uiterst formele, ambtelijke stijl die getuigt van de hiërarchische verhoudingen van die tijd. Dit document is historisch interessant vanwege de datum: 5 augustus 1940. Nederland was op dat moment pas drie maanden bezet door nazi-Duitsland. De bezetter voerde onmiddellijk distributie- en rantsoeneringsmaatregelen in om grip te krijgen op de Nederlandse economie en middelen (zoals brandstof) te reserveren voor de eigen oorlogsmachinerie.
Deze brief toont de vroege praktische gevolgen van de bezetting:
* Schaarste en distributie: Benzine was direct na de inval een schaars goed geworden, waardoor ondernemers voor elke liter moesten lobbyen bij de Rijksinspectie voor het Verkeer.
* Bureaucratie onder druk: Het systeem van vergunningen werd complexer. De restrictie "niet geldig voor marktbezoek" op een vergunning voor een marktkoopman duidt op de verwarring of de bewuste ontmoediging van bepaald transport door de nieuwe regelgeving.
* Economische continuïteit: Ondanks de oorlogssituatie probeerden marktinstanties en ondernemers de normale handel zo goed mogelijk voort te zetten. C. Glasbergen