Handgeschreven conceptbrief / kladnotitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief / kladnotitie. [doorgestreept: ~~Aan den Heer Inspecteur~~]
[doorgestreept: ~~van het Verkeer~~] Aan den Heer
Secretaris van de [doorgestreept: ~~Kamer van Koophandel~~]
Kamer van Koophandel en [doorgestreept: ~~Fabrieken~~]
Fabrieken van Rijnland Stationweg 43 - Leiden
Hiermee moge ik beleefd Uw
aandacht vragen voor het volgende.
Grassier G. der Heyer,
Heereweg 71 Rijnsburg is sedert
jaren op de centrale Markt te
R'dam gevestigd. Hij moet
dagelijks van Rijnsburg naar R'dam
rijden, waar hij, naast zijn
bedrijf op de C.M., ook levert
aan de Duitsche Weermacht.
Hij heeft in de maand
Juli [doorgestreept: ~~Augustus~~] een toewijzing van 380 l
benzine gehad; daar het Marktwezen
in die maand voor de grassiers uit de
Provinciën N. Holland over benzine
beschikte, heb ik den Heyer nog
120 l. gesuppleerd, omdat hij
op den 20sten van de maand zijn
bedrijf niet verder kon uitoefenen.
Voor de maand Augustus
heeft U den Heyer 295 l. ben-
zine toegewezen. In verband met
het vorenstaande is het duidelijk
[doorgestreept: ~~en~~], dat hij hieraan veel te kort heeft De tekst is een ambtelijk concept waarin de secretaris van de Kamer van Koophandel Rijnland bemiddelt voor een lokale ondernemer (een 'grassier' of groothandelaar in groenten/fourage). De kern van het betoog is dat de huidige toewijzing van 295 liter benzine voor de maand augustus ontoereikend is voor de dagelijkse ritten tussen Rijnsburg en de Centrale Markt in Rotterdam.
De schrijver gebruikt twee argumenten om de inspecteur te overtuigen:
1. Historische noodzaak: In juli was 380 liter al onvoldoende, waardoor er 120 liter extra 'gesuppleerd' (aangevuld) moest worden om de bedrijfsvoering na de 20e van de maand te redden.
2. Strategisch belang: Er wordt expliciet vermeld dat de ondernemer levert aan de "Duitsche Weermacht", een argument dat tijdens de bezettingsjaren cruciaal was om aanspraak te kunnen maken op schaarse middelen. Dit document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Gedurende deze tijd was er een nijpend tekort aan brandstof, waardoor benzine streng werd gerantsoeneerd door de 'Rijksinspectie van het Verkeer'. Alleen bedrijven die essentieel waren voor de voedselvoorziening of die werkten voor de bezetter kwamen in aanmerking voor een 'Zuweisung'. De Kamer van Koophandel trad in deze periode vaak op als belangenbehartiger om te voorkomen dat de lokale distributieketen volledig stil kwam te liggen. De genoemde locatie (Stationweg 43 in Leiden) was inderdaad het adres van de Kamer van Koophandel in die tijd.