Getypte ambtelijke brief/memo met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memo met handgeschreven kanttekeningen. 5 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] G. Bloem
[Midden boven:] VP/HG.
[Handgeschreven midden boven, doorgehaald:] verzonden 5/9
[Linksboven:]
37/28/17 M.
n 2
[Onderwerpregel links:]
Eventueele instelling van een
marktarbeidersreserve.
[Rechtsboven:]
5 September 1940.
[Geadresseerde rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 3
Juni jl. om advies ontvangen stukken no.493 L.V.1940 heb ik
de eer U te berichten, dat de beantwoording van deze stukken
is aangehouden, omdat ik wilde afwachten, of de schaarschte
aan benzine zoo groot zou worden, dat verdere maatregelen,
zooals bedoeld in mijn rapport d.d. 21 Mei jl. (No.37/28/2
M.) noodig zouden worden. Tot nu toe hebben de handelaren
van de Centrale Markt, mede dank zij mijn bemoeiingen,
steeds over voldoende benzine kunnen beschikken. Het laat
zich thans echter aanzien, dat minder benzine zal worden
verstrekt, zoodat het niet onmogelijk is, dat binnenkort
het vervoer van en naar de Centrale Markt meer georganiseerd
zal moeten plaatsvinden. Als de desbetreffende organisaties
in werking moeten treden, kunnen zij tevens in overweging
nemen, om een arbeidersreserve aan te stellen. Ik zal U dan
dienaangaande nader berichten. Voorloopig kan deze aange-
legenheid evenwel als afgedaan worden beschouwd.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze brief is een formeel ambtelijk schrijven uit het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de anticipatie op schaarste. De directeur van de Centrale Markt (waarschijnlijk Amsterdam) rapporteert aan de wethouder voor Levensmiddelen over de brandstofsituatie en de gevolgen voor de marktlogistiek.
Kernpunten uit de analyse:
* Brandstofschaarste: De directeur stelt vast dat, hoewel de handelaren tot nu toe nog voldoende benzine hadden (mede door zijn tussenkomst), er een tekort dreigt.
* Logistieke reorganisatie: De dreigende schaarste dwingt tot een strakkere organisatie van het transport naar de markt.
* Arbeidspotentieel: In het kader van deze reorganisatie wordt geopperd om een 'arbeidersreserve' in het leven te roepen—een pool van werkkrachten die stand-by staan om de continuïteit van de voedselvoorziening te waarborgen.
* Status: De zaak wordt voorlopig als 'afgedaan' beschouwd, wat suggereert dat men de situatie nauwgezet volgt maar nog niet direct overgaat tot actie. De brief dateert van september 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. Dit was een kritieke periode waarin het bezettingsbestuur en de Nederlandse autoriteiten de distributie van schaarse middelen (zoals brandstof en voedsel) trachtten te reguleren.
De "Centrale Markt" in Amsterdam was de spil in de voedselvoorziening van de hoofdstad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had de zware taak om de stad van eten te blijven voorzien onder steeds moeilijker wordende omstandigheden. De genoemde schaarste aan benzine was een direct gevolg van de oorlogsvoering en de vordering van middelen door de bezetter. Het document illustreert de vroege bureaucratische voorbereidingen op wat later de nijpende tekorten van de oorlogsjaren zouden worden. De handgeschreven naam "G. Bloem" verwijst mogelijk naar een betrokken ambtenaar of secretaris die de correspondentie verwerkte.