Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 273
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Afschrift van een ambtelijk advies/rapport.

13 juli 1940.

Origineel

Afschrift van een ambtelijk advies/rapport. 13 juli 1940. No.37/39/3 M.1940 23/7.
No.273 L.M.1940 22/7. AFSCHRIFT. -


BUREAU VOOR ORGANISATIE AMSTERDAM, 13 Juli 1940.
EN EFFICIENCY.
No.379 Fin.1940 Bossier 82.8

                                AAN den Heer Burgemeester.

  De Directeur van het Marktwezen verzoekt het schoonhouden

van de Centrale Markt niet meer te laten verrichten door de
Stadsreiniging, doch dit in eigen beheer te mogen doen.
Hy is van meening, dat dit in de eerste plaats goedkooper
zou zyn en voor zyn dienst economischer, omdat de werklieden
dan onder toezicht zouden komen van de ambtenaren van de Cen-
trale Markt zelf.
Wat het eerstepvpunt betreft ben ik, wanneer ik de bereke-
ning van den Dienst van het Marktwezen en die van de Stadsrei-
niging naast elkaar stel, niet tot de overtuiging gekomen, dat
er een besparing in zit.
Verder geeft de Directeur van het Marktwezen op, dat het
kantoor enz. dat thans in gebruik is by de Stadsreiniging aan
een particulier kan worden verhuurd voor + f 800,-.
De Stadsreiniging heeft echter verklaard bereid te zyn dit
kantoor te ontruimen en het benoodigde materiaal op te bergen
in het in de onmiddellyke nabyheid gelegen magazyn.
Na bespreking met de Stadsreiniging en het Marktwezen heb
ik den indruk, dat een verandering geen verbetering zal zyn en
dat daarvoor ook weinig aanleiding bestaat. Volgens myn erva-
ring betracht de Stadsreiniging de grootste welwillendheid
tegenover andere diensten en ook in dit geval heeft de voorman
opdracht om aan de redelyke verzoeken en aanwyzingen van de
ambtenaren van het Marktwezen direct gevolg te geven.
Het is voorts ongewenscht om van een goed georganiseerd
geheel als de Stadsreiniging een deel loste maken zonder goeden
grond. Er zit in het werk vry veel schommeling die de Stads-
reiniging makkelyk kan opvangen, de Centrale Markt echter
niet zoo gemakkelyk. Een deel van het werk moet toch by de
Stadsreiniging blyven (afvoer enz.), zoodat het alleen gaat om
het overdragen van de 5 man (practisch 4-10 man).
Ik kan niet alle puntjes in dit rapport belichten, de zaak
is m.i. daarvoor niet belangryk genoeg. De moeilykheden zyn
voornamelyk terug te brengen tot gebrek aan samenwerking tus-
schen ondergeschikte ambtenaren, en dit is voor my geen aan-
leiding om een organisatorische verandering voor te staan.
Indien de Wethouder voor het Marktwezen uityoerig over de
zaak ingelicht wenscht te worden, dan is het wellicht het beste Dit document is een ambtelijk advies over een efficiëntievraagstuk binnen de gemeente Amsterdam. De kern van het geschil is een verzoek van de Directeur van het Marktwezen om de schoonmaak van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) in eigen beheer te nemen, in plaats van dit uit te besteden aan de Stadsreiniging.

De argumenten van de directeur (kostenbesparing en beter toezicht) worden door het Bureau voor Organisatie en Efficiency weerlegd. De adviseur stelt dat:
1. Financieel: Er is geen bewijs voor de geclaimde besparing.
2. Huisvesting: Het argument over huuropbrengsten vervalt omdat de Stadsreiniging bereid is het kantoor te ontruimen.
3. Operationeel: De Stadsreiniging kan personeelsschommelingen beter opvangen dan het Marktwezen.
4. Sociaal-organisatorisch: De auteur concludeert dat het eigenlijke probleem niet de structuur is, maar een gebrekkige samenwerking ("gebrek aan samenwerking tusschen ondergeschikte ambtenaren").

De toon van het rapport is nuchter en enigszins afwijzend ("de zaak is m.i. daarvoor niet belangryk genoeg"). Het is een klassiek voorbeeld van bureaucratische zelfbeheersing waarbij een gecentraliseerde dienst (Stadsreiniging) wordt beschermd tegen versnippering. Het document is gedateerd op 13 juli 1940. Dit is een zeer markante periode in de Nederlandse geschiedenis: slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.

Ondanks de enorme politieke omwenteling op nationaal niveau, laat dit document zien dat het dagelijks gemeentelijk bestuur en de bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie "business as usual" voortzetten. Ambtenaren hielden zich nog steeds bezig met de details van de bedrijfsvoering, zoals wie de markthallen schoonveegde en of dat wel efficiënt gebeurde.

Het "Bureau voor Organisatie en Efficiency" was een voorloper van moderne organisatie-adviesbureaus binnen de overheid, passend in de trend van de jaren '30 waarbij men overheden trachtte te besturen volgens wetenschappelijke managementprincipes (het Taylorisme). De spelling in het document (gebruik van 'y' in plaats van 'ij') is kenmerkend voor bepaalde schrijfmachines of administratieve stijlen uit die tijd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies over een efficiëntievraagstuk binnen de gemeente Amsterdam. De kern van het geschil is een verzoek van de Directeur van het Marktwezen om de schoonmaak van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) in eigen beheer te nemen, in plaats van dit uit te besteden aan de Stadsreiniging.

De argumenten van de directeur (kostenbesparing en beter toezicht) worden door het Bureau voor Organisatie en Efficiency weerlegd. De adviseur stelt dat:
1. Financieel: Er is geen bewijs voor de geclaimde besparing.
2. Huisvesting: Het argument over huuropbrengsten vervalt omdat de Stadsreiniging bereid is het kantoor te ontruimen.
3. Operationeel: De Stadsreiniging kan personeelsschommelingen beter opvangen dan het Marktwezen.
4. Sociaal-organisatorisch: De auteur concludeert dat het eigenlijke probleem niet de structuur is, maar een gebrekkige samenwerking ("gebrek aan samenwerking tusschen ondergeschikte ambtenaren").

De toon van het rapport is nuchter en enigszins afwijzend ("de zaak is m.i. daarvoor niet belangryk genoeg"). Het is een klassiek voorbeeld van bureaucratische zelfbeheersing waarbij een gecentraliseerde dienst (Stadsreiniging) wordt beschermd tegen versnippering.

Historische Context

Het document is gedateerd op 13 juli 1940. Dit is een zeer markante periode in de Nederlandse geschiedenis: slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.

Ondanks de enorme politieke omwenteling op nationaal niveau, laat dit document zien dat het dagelijks gemeentelijk bestuur en de bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie "business as usual" voortzetten. Ambtenaren hielden zich nog steeds bezig met de details van de bedrijfsvoering, zoals wie de markthallen schoonveegde en of dat wel efficiënt gebeurde.

Het "Bureau voor Organisatie en Efficiency" was een voorloper van moderne organisatie-adviesbureaus binnen de overheid, passend in de trend van de jaren '30 waarbij men overheden trachtte te besturen volgens wetenschappelijke managementprincipes (het Taylorisme). De spelling in het document (gebruik van 'y' in plaats van 'ij') is kenmerkend voor bepaalde schrijfmachines of administratieve stijlen uit die tijd.

Gerelateerde Documenten 6