Archiefdocument
Origineel
11 maart 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een overkoepelende gemeentelijke dienst) VP/HG.
37/39/2 M.
1
11 Maart 1940.
Reiniging der Centrale
Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te
doen toekomen van een door den bedrijfschef der Centrale Markt,
den heer J.Broerse, aan mij gericht rapport d.d. 1 Maart jl.
Ik heb met mijn Ambtgenoot voor de Stadsreiniging bereids ge-
sproken over de mogelijkheid, dat de reiniging der Centrale
Markt voortaan door mijn dienst in eigen beheer zou worden uit-
gevoerd. Mijn Ambtgenoot bleek hiertegenover in principe niet
afwijzend te staan.
Behalve de door den bedrijfschef vermelde voordeelen
van het in eigen beheer nemen der reiniging wijs ik er nog op,
dat de Stadsreiniging op de markt een pakhuisafdeeling van pier
E in gebruik heeft, die eventueel voor ƒ 800,- 's jaars kan
worden verhuurd. Eigen personeel van de Centrale Markt kan na-
melijk zonder bezwaar lokalen in de hal of een andere ruimte be-
zigen voor het schaften en voor opberging van materialen.
Ik geef U beleefd in overweging het onderhavige
vraagstuk aan het oordeel te onderwerpen van den Bedrijfsecono-
mischen Adviseur.
De Directeur, In dit document doet de directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst een voorstel aan de wethouder voor Levensmiddelen om de schoonmaak van de Centrale Markt te reorganiseren. Het belangrijkste voorstel is om de reiniging "in eigen beheer" te gaan uitvoeren, in plaats van dit over te laten aan de Stadsreiniging.
Uit de brief komen drie argumenten naar voren:
1. Operationele efficiëntie: De bedrijfschef van de markt, J. Broerse, heeft hierover een positief rapport geschreven.
2. Bestuurlijke instemming: De leiding van de Stadsreiniging staat niet afwijzend tegenover het plan.
3. Financieel voordeel: Door de reiniging zelf te doen, komt er een pakhuisruimte bij "pier E" vrij die momenteel door de Stadsreiniging wordt gebruikt. Deze ruimte zou voor 800 gulden per jaar verhuurd kunnen worden, aangezien eigen personeel gebruik kan maken van reeds bestaande kantines ("schaften") en opslagruimtes in de markthal zelf.
De directeur sluit af met het advies om een bedrijfseconomisch adviseur naar de zaak te laten kijken, wat duidt op een zorgvuldige, zakelijke aanpak van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Het document is gedateerd op 11 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de normale, dagelijkse gang van zaken van het Amsterdams gemeentebestuur (gezien de term 'Centrale Markt' en de structuur van het archiefstuk) vlak voor het uitbreken van de oorlog.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. Dat er een specifieke "Wethouder voor de Levensmiddelen" bestond, onderstreept het belang van de logistiek en distributie van voedsel in die tijd. De discussie over "eigen beheer" versus uitbesteding aan een andere dienst (de Stadsreiniging) is een klassiek voorbeeld van ambtelijke efficiëntie-overwegingen die ook vandaag de dag nog relevant zijn in de publieke sector.