Getypt verslag / begrotingsvoorstel.
Origineel
Getypt verslag / begrotingsvoorstel. De straatvegers zijn ingedeeld in loongroep I, waarvan het minimum en maximum-loon respectievelijk $f$ 23,04 en $f$ 26,88 per week bedraagt. Hierbij komen nog de sociale lasten, welke volgens het verslag van Arbeidszaken rond 9 cent per uur bedragen.
Ik neem aan, dat de aan te stellen 5 personen allen op het maximum staan, dan kosten zij aan loon:
5 x $f$ 26,88 + 5 x $f$ 4,32 = $f$ 156,- per week
= per jaar 52 x $f$ 156,- = $f$ 8.112,-
10% premie op het loon = " 811,20
Totaal loon $f$ 8.923,20
Voor het betrekken van hulpkrachten uit de
Arbeidsreserve in zeer drukke maanden en bij sneeuwval " 2.000,-
Afvoer van marktvuil bedroeg in 1939 12.000 m3
à 0,50 " 6.000,-
Aan materialen is per jaar nodig:
1500 bezems à $f$ 0,10 = $f$ 150,-
5 schoppen à $f$ 2,- = " 10,-
5 greepen à $f$ 5,- = " 25,-
puntschep, drijfvuilnet enz. = " 100,-
10.000 kg. zout = " 300,-
zand = " 200,-
------------------ " 785,-
Aan te schaffen gereedschap:
5 karren à $f$ 300,- = $f$ 1.500,-
1 sneeuwploeg à $f$ 300,- = " 300,-
1 sintelmolen à $f$ 300,- = " 300,-
$f$ 2.100,-
Afschrijving gereedschap 20% per jaar = " 420,-
Rente, onderhoud en stroom gereedschap " 400,-
(electrische stroom voor sintelmolen) Totaal $f$ 18.528,20
================
De kosten van de Reiniging hebben bedragen over de jaren 1935, 1936, 1937, 1938 en 1939 respectievelijk $f$ 29.356,- , $f$ 30.845,- , $f$ 24.878,- , $f$ 23.448,- en $f$ 21.349,-
De vermindering in het jaar 1939 is een gevolg van het laten betalen door de tuinders en Veiling voor den afvoer van hun doorgedraaide producten; verdere vermindering van de kosten der Stadsreiniging is niet te verwachten.
w.g. Jac. Broerse. Dit document bevat een gedetailleerde begroting voor het uitbreiden of professionaliseren van de straatreiniging binnen een gemeente. De kern van de berekening ligt bij de loonkosten van vijf nieuwe werknemers in loongroep I. Interessant is de berekening van de sociale lasten: uit de som (5 x 4,32) kan worden afgeleid dat men uitgaat van een 48-urige werkweek (48 uur x 0,09 cent = 4,32 gulden).
Naast de loonkosten worden ook de materiële behoeften (zoals bezems, zout en zand) en de investeringen in kapitaalgoederen (karren, sneeuwploeg en sintelmolen) begroot. Opvallend is de post voor de "Arbeidsreserve", wat duidt op de inzet van werklozen in het kader van de werkverschaffing, een gangbare praktijk in de jaren 30.
De totale begrote kosten van $f$ 18.528,20 worden afgezet tegen de dalende trend van de reinigingskosten in de voorgaande jaren. De daling in 1939 wordt verklaard door een beleidswijziging waarbij de producenten (tuinders) zelf voor de afvoer van hun afval ("doorgedraaide producten") moesten gaan betalen. Gezien de ondertekening door "Jac. Broerse" en de specifieke vermelding van tuinders en veilingen, is dit document nagenoeg zeker afkomstig uit de administratie van de gemeente Amstelveen (destijds Nieuwer-Amstel). Jacobus (Jac.) Broerse was een invloedrijk ambtenaar en hoofdkweker die verantwoordelijk was voor de aanleg van het Broersepark en het groenbeheer/de reiniging in die gemeente.
Het document weerspiegelt de overgangsperiode aan het einde van de Grote Depressie en vlak voor (of aan het begin van) de Tweede Wereldoorlog. De nauwgezette kostenbeheersing en de inzet van de Arbeidsreserve zijn typerend voor de sobere gemeentelijke financiën van die tijd. De "sintelmolen" herinnert aan een tijdperk waarin sintels (asresten) nog op grote schaal werden gebruikt en verwerkt voor wegverharding.