Financieel overzicht / Begrotingsstuk betreffende de Stadsreiniging.
Origineel
Financieel overzicht / Begrotingsstuk betreffende de Stadsreiniging. [Rechtsboven:]
Transport $f$ 9700,20
Aan te schaffen gereedschap:
5 karren à $f$ 300,- = $f$ 1500,-
1 sneeuwploeg à 300,- = $f$ 300,-
1 sintelmolen à 300 = $f$ 300,-
Totaal $f$ 2100,-
[In de kantlijn, diagonaal in potlood:] rente?
afschrijving gereedschap 20 % per jaar = $f$ 420,-
Rente, onderhoud en stroom gereedschap ($f$ 400,-) = $f$ 400,-
(electrische stroom voor sintelmolen)
Totaal $f$ 10520,20
De kosten van de Reiniging hebben bedragen over de jaren 1925 - 1926 - 1927 - 1928 en 1929
resp. $f$ 29356 - $f$ 30875 - $f$ 27078 - $f$ 23780 en $f$ 21379,-
De vermindering in het jaar 1929 is een gevolg van het laten betalen door de Gilde- en Veiling voor den afvoer van hunne mest en afvalstoffen; verdere vermindering van de kosten der stadsreiniging is niet te verwachten.
[Handtekening, vermoedelijk:] J. v.d. Broek * Investeringen: Het document begroot de aanschaf van nieuw materieel voor een totaalbedrag van $f$ 2100,-. Opvallend is de post voor een 'sintelmolen', wat duidt op de verwerking van as- en koolresten uit kachels, een groot onderdeel van het huisvuil in die tijd.
* Financiële systematiek: Er wordt een afschrijving van 20% gehanteerd, wat wijst op een verwachte economische levensduur van het materieel van 5 jaar. De potloodnotitie "rente?" in de kantlijn suggereert dat een revisor of controleur vraagtekens plaatste bij de berekening of toewijzing van de rentekosten.
* Kostenbesparing: De tekst onderaan is historisch interessant. Het laat een verschuiving zien in het beleid: de kosten voor de stadsreiniging daalden aanzienlijk in 1929 omdat commerciële partijen (de Gilde en de Veiling) voortaan zelf moesten betalen voor het laten ophalen van hun afval (mest en reststoffen).
* Trend: Tussen 1926 en 1929 is er een daling van de kosten te zien van ruim $f$ 30.000 naar circa $f$ 21.000, een reductie van bijna 30%. De schrijver tempert echter de verwachtingen voor verdere dalingen. Dit document stamt uit een periode waarin Nederlandse gemeenten hun reinigingsdiensten aan het professionaliseren en moderniseren waren. De transitie van het gratis ophalen van bedrijfsafval naar een 'de vervuiler betaalt'-principe (zoals hier bij de veiling en gilde) was in die jaren een actueel thema om de gemeentebegroting te ontlasten. De genoemde bedragen waren voor die tijd aanzienlijk; ter referentie: een jaarinkomen voor een geschoolde arbeider lag in 1929 rond de $f$ 1.500 tot $f$ 2.000. De investering in karren en een sneeuwploeg was dus een serieuze kapitaalinjectie voor de dienst.