Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 400
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/nota (getypt).

15 april 1940 (gebaseerd op de datering rechtsboven: "15 April z40"). Van: Een gemeentelijk ambtenaar of afdelingshoofd (naam niet vermeld op deze pagina).

Origineel

Ambtelijke brief/nota (getypt). 15 april 1940 (gebaseerd op de datering rechtsboven: "15 April z40"). Een gemeentelijk ambtenaar of afdelingshoofd (naam niet vermeld op deze pagina). (Noot: de originele spelling en interpunctie zijn aangehouden.)

                              1                  15 April            z40
                          37/59/1            den Heer Wethouder voor de
                          Alhier.            Levensmiddelen,

welke door de "leurders" worden ontdoken. Het euvel van het
"leuren" brengt met name de blijvende vestiging van den
aardappelhandel op de Centrale Markt voortdurend in gevaar.
Terwijl ik dus de suggestie van den heer Gemeente-
Advocaat, om tegen de koopers van den "leurder" een voor-
schrift op te nemen in de Algemeene Politie Verordening ont-
raadde, staat vast, dat ten deze toch maatregelen noodig
zijn. De bepaling, die ik thans voorstel is - evenals die,
welke de heer Gemeente-Advocaat in overweging gaf - tegen
de koopers gericht; zij is echter niet van strafrechtelijken,
doch uitsluitend van administratieven aard. De handelaren,
die van "leurders" koopen, kunnen in den regel de Centrale
Markt niet missen voor het koopen van producten, die bij den
"leurder" niet verkrijgbaar zijn (bijv. fruit, waarmede in
veel mindere mate wordt "geleurd" dan met aardappelen; en
bijvoorbeeld ook de verschee tuinders-groente, die uitslui-
tend via de Centrale Markt wordt verhandeld). Ik geef daarom
in overweging om handelaren, van wie blijkt, dat zij waren
buiten de Centrale Markt om kochten, - daargelaten dus of de
koop al dan niet geschiedde met voorafgaande bestelling -
den toegang tot die markt te ontzeggen.
Indien een dergelijk voorschrift toelaatbaar is -
en ik ben, op grond van de hierna te melden overwegingen,
van meening, dat dit inderdaad het geval kan zijn - dan kan,
door eenvoudige contrôle in de stad worden waargenomen,
welke handelaren waren van "leurders" betrekken en wordt
door de mogelijkheid deze handelaren van de Centrale Markt
te weren, de leurhandel ongetwijfeld afdoende bestreden. Het
staat namelijk vast, dat nagenoeg geen handelaar zal ris-
keeren niet meer op de Centrale Markt te mogen komen en dus
zullen de "leurders" hun waren niet meer hier ter stede van
de hand kunnen doen.
De hier voorgestelde regeling is mijns inziens
toelaatbaar op grond van de volgende overwegingen. Indien
een verordening of reglement voorschrijft, dat koopers, die
toegang tot de Centrale Markt verlangen, zich bij hun des-
betreffende aanvrage (schriftelijk) accoord moeten verklaren,
met den van Gemeentewege gestelden eisch, dat zij hun waren * Probleemstelling: De aardappelhandel op de Centrale Markt wordt bedreigd door "leurders" (ongeoorloofde straathandelaren) die de marktregels ontduiken.
* Voorgestelde maatregel: In plaats van strafrechtelijke vervolging via de Algemeene Politie Verordening (APV), stelt de schrijver een administratieve maatregel voor. Handelaren die betrapt worden op het kopen bij leurders, moet de toegang tot de Centrale Markt worden ontzegd.
* Argumentatie: De auteur stelt dat handelaren afhankelijk zijn van de Centrale Markt voor producten die leurders niet hebben (zoals fruit en specifieke tuindersgroenten). De angst om de toegang tot de markt te verliezen zou een effectiever afschrikmiddel zijn dan een boete, waardoor de afzetmarkt voor leurders opdroogt.
* Juridische grondslag: De schrijver onderzoekt of een dergelijke uitsluiting juridisch houdbaar is door het als een voorwaarde (een "eisch") op te nemen in het marktreglement. Dit document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. In deze periode was de regulering van de voedselvoorziening en de distributieketen in grote steden (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt" en de terminologie) een prioriteit voor de gemeente. "Leuren" werd gezien als oneerlijke concurrentie voor de gevestigde handel die marktgelden en belastingen betaalde. Het document weerspiegelt de toenmalige spanning tussen de vrije handel op straat en de gecentraliseerde, gecontroleerde markthandel.

Samenvatting

  • Probleemstelling: De aardappelhandel op de Centrale Markt wordt bedreigd door "leurders" (ongeoorloofde straathandelaren) die de marktregels ontduiken.
  • Voorgestelde maatregel: In plaats van strafrechtelijke vervolging via de Algemeene Politie Verordening (APV), stelt de schrijver een administratieve maatregel voor. Handelaren die betrapt worden op het kopen bij leurders, moet de toegang tot de Centrale Markt worden ontzegd.
  • Argumentatie: De auteur stelt dat handelaren afhankelijk zijn van de Centrale Markt voor producten die leurders niet hebben (zoals fruit en specifieke tuindersgroenten). De angst om de toegang tot de markt te verliezen zou een effectiever afschrikmiddel zijn dan een boete, waardoor de afzetmarkt voor leurders opdroogt.
  • Juridische grondslag: De schrijver onderzoekt of een dergelijke uitsluiting juridisch houdbaar is door het als een voorwaarde (een "eisch") op te nemen in het marktreglement.

Historische Context

Dit document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. In deze periode was de regulering van de voedselvoorziening en de distributieketen in grote steden (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt" en de terminologie) een prioriteit voor de gemeente. "Leuren" werd gezien als oneerlijke concurrentie voor de gevestigde handel die marktgelden en belastingen betaalde. Het document weerspiegelt de toenmalige spanning tussen de vrije handel op straat en de gecentraliseerde, gecontroleerde markthandel.

Gerelateerde Documenten 6