Ambtelijke notitie / Conceptbrief.
Origineel
Ambtelijke notitie / Conceptbrief. [Links boven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/59/3 1940
DOORGEZONDEN: 4/5-'40.
[In rood potlood bovenin]
37/53/6
[Rechts bovenin, handgeschreven aantekeningen]
18/7/40 AR [geparafeerd]
m. d. w. [mededeeling]
Hr. Boisse [?]
Rep. 15 Juli '40 S
[Hoofdtekst]
Vervanging groote personen-dienst-auto's door kleinere en goedkoopere wagens.
W. h. M.
Onder terugzending van de met uw brief dd. 3 Mei jl. ontvangen stukken no 4256 M. 1940 heb ik de eer u te berichten, dat ~~thans, tot weder~~, in verband met de wijziging van artikel 5 van het Reglement op de Centrale Markt, weer een intensieve controle op de leurders in de stad wordt gehouden.
Mijnentwege bestaat derhalve geen bezwaar, dat de thans voor dit doel beschikbare auto wordt vervangen door een kleinen wagen (4 persoons stalen carrosserie), zooals is voorgesteld in het zich onder de stukken bevindende rapport van den Bedrijfseconomischen Adviseur dd. 15 April jl no 5/259.
[In de linkermarge, handgeschreven toevoeging]
Mag wij niet op d v [deze vervanging?] en i.v.m. beschikbare benzine wellicht gewenschter, nog even af te wachten ??
[Rechts onderin, parafen]
DA
NE Dit document betreft een intern ambtelijk overleg over de efficiëntie van het wagenpark van een gemeentelijke dienst. De kern van de zaak is een kostenbesparing: de grote, dure dienstauto's moeten worden vervangen door kleinere, goedkopere modellen met een "stalen carrosserie".
De noodzaak voor de voertuigen wordt onderbouwd door een toename in werkzaamheden: door een wijziging in het marktreglement moet er intensiever gecontroleerd worden op "leurders" (straathandelaren). Hoewel de opsteller van de hoofdtekst akkoord gaat met de vervanging op basis van een bedrijfseconomisch rapport van 15 april 1940, wordt er in de marge een kritische kanttekening geplaatst. Een medewerker (of de wethouder) vraagt zich af of de vervanging niet beter uitgesteld kan worden. De historische context van dit document is cruciaal voor het begrip van de marginale aantekening. Het stuk is definitief behandeld in juli 1940, slechts twee maanden nadat Nederland door nazi-Duitsland werd bezet.
De opmerking in de marge over de "beschikbare benzine" verwijst direct naar de schaarste die onmiddellijk na de inval ontstond. De bezetter legde vrijwel direct beslag op brandstofvoorraden en voerde distributie (rantsoenering) in. Dit document toont de overgangsfase waarin de ambtelijke molen enerzijds probeert de normale bedrijfsvoering en vooroorlogse plannen (het rapport van april) voort te zetten, maar anderzijds direct geconfronteerd wordt met de nieuwe, sobere realiteit van de bezettingseconomie. De handhaving op "leurders" was in deze periode ook van belang voor de controle op de voedselvoorziening en zwarte handel.