Ambtelijke brief (doorslag of typoscript).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag of typoscript). 2 Augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Extra [handgeschreven]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
37/59/10 M 1 2 Augustus 1940.
In bijlage dezes heb ik de eer U een staat te doen toe-
komen, houdende de namen en adressen van 10 zoogenaamde leur-
ders, die zich, sedert de aanvulling van artikel 5 van het
Reglement op de Centrale Markt (verbod om van andere dan op de
Centrale Markt gevestigde verkoopers aardappelen, groente en
fruit te betrekken) op die markt hebben gevestigd. Van deze
"leurders" bezetten 9 een open plaats buiten de hal voor ƒ 30,-
per kalendermaand en 1 heeft een pakhuisafdeeling gehuurd voor
de periode van 1 Juli 1940 tot en met 30 Juni 1941 voor den
prijs van ƒ 600,-.
De Directeur, De brief is een formeel bericht van de Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Centrale Markt in Amsterdam) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is de rapportage over de effecten van een wijziging in het Marktreglement.
Door een aanvulling op artikel 5 werd het verboden om aardappelen, groenten en fruit te betrekken van anderen dan de officieel gevestigde handelaren op de Centrale Markt. Dit dwong zogenaamde "leurders" (straatverkopers of kleine tussenhandelaren) om zich officieel op het terrein van de markt te vestigen om hun handel legaal voort te kunnen zetten. De directeur meldt dat tien van deze leurders dit inmiddels hebben gedaan: negen huren een open standplaats voor 30 gulden per maand, en één huurt een pakhuisruimte voor 600 gulden per jaar. De datum van het document, 2 augustus 1940, is cruciaal. Nederland was op dat moment net enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De bezetter had er groot belang bij om de voedselvoorziening en de distributieketen strak te reguleren, zowel voor de eigen bevoorrading als om zwarte handel te voorkomen en rantsoenering (die in 1940 werd ingevoerd) effectief te maken.
Het centraliseren van de handel op de Centrale Markt en het aan banden leggen van de vrije handel door "leurders" paste in dit streven naar totale controle over de levensmiddelenstroom. De Wethouder voor de Levensmiddelen (in Amsterdam destijds de SDAP-wethouder In 't Veld, of zijn opvolgers onder toezicht van de bezetter) hield toezicht op deze centralisatie. De brief toont de bureaucratische afhandeling van het elimineren van informele straathandel ten gunste van gereguleerde, belastbare en controleerbare marktactiviteiten aan het begin van de bezettingstijd.