Getypte lijst, behorend bij een ambtelijke brief.
Origineel
Getypte lijst, behorend bij een ambtelijke brief. 2 augustus 1940. behoort bij brief No.37/59/10 M d.d. 2 Augustus 1940 van den
Directeur van het Marktwezen aan den heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, alhier.---
Lyst van leurders, die thans op de Centrale Markt
gevestigd zyn.
| Vlgno. | Naam | Adres |
|---|---|---|
| 1 | B.Abbink | Kapelstraat 7 LISSE |
| 2 | F.v.d.Berg | HALFWEG |
| 3 | W.v.Dongen | Meerstraat 121 HILLEGOM |
| 4 | G.C.Egmond | N.Meerdyk 261 HAARLEMMERMEER |
| 5 | P.J.Hesterman | 2e Kattenburgerdwarsstraat 2-4 AMSTERDAM-C. |
| 6 | J.Koning | Ryksstraatweg 129 b. HEEMSKERK N.H. |
| 7 | H.Kuil | BEVERWYK |
| 8 | C.Kuiper | Dorpsstraat A 104 NOORD-SCHARWOUDE |
| 9 | Gebr.Schrama | BENNEBROEK |
| 10 | J.van Zanten | Sloten-Badhoevedorp. |
Opvallende kenmerken:
* Administratieve nauwkeurigheid: De lijst is genummerd (Vlgno. staat voor volgnummer) en bevat specifieke namen en adressen.
* Geografie: Hoewel de markt in Amsterdam ("alhier") gevestigd is, komen de meeste handelaren uit de omliggende regio (Lisse, Hillegom, Haarlemmermeer, Beverwijk, etc.). Slechts één handelaar (Hesterman) heeft een Amsterdams adres.
* Taalgebruik: Het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (Lyst, zyn, Meerdyk, Ryksstraatweg, Beverwyk) is typerend voor de spelling en het typewerk uit die periode. De datum van dit document, 2 augustus 1940, plaatst het in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (die begon in mei 1940). In deze periode werden de administratieve structuren van de Nederlandse steden nog grotendeels op de oude voet voortgezet, maar de controle op de voedselvoorziening werd snel strenger.
De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 in Amsterdam-West) was de spil van de voedseldistributie voor de stad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in het beheer van de schaarste die door de oorlog ontstond. Het registreren van wie er precies op de markt mocht handelen, was essentieel voor de controle op de distributie en het voorkomen van illegale handel ("zwarte markt").
Leurders waren kleine handelaren die vaak met handkarren of bakfietsen langs de deuren gingen om producten zoals groenten, fruit of vis te verkopen. Dat zij op de Centrale Markt "gevestigd" waren, betekent dat zij daar hun voorraden mochten inkopen om deze vervolgens elders uit te venten. Dergelijke lijsten werden gedurende de bezetting steeds belangrijker naarmate de Duitse autoriteiten meer grip wilden krijgen op de bevolking en de economie, inclusief het uitsluiten van Joodse handelaren in een later stadium.