Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 116
Dossier 67
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

20 Juni 1940

Origineel

20 Juni 1940 37/92/2 m [stempel/handtekening: M. Müller] vdL/G.
[handgeschreven: verzonden 21/6]

20 Juni 1940.

Directie N.V. Solbandera,
Veerkade 9,
R o t t e r d a m - C.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 dezer bericht ik U, dat in de eerste oorlogsdagen door myn dienst, in opdracht van de Nederlandsche Spoorwegen, 74 wagons met goederen zyn verkocht. Van wien al deze goederen afkomstig waren of voor wien zy bestemd waren was niet bekend of kon niet worden nagegaan, althans kon daarmee geen rekening worden gehouden, daar elk communicatie-middel voor nader overleg in die dagen ontbrak.

In opdracht van Burgemeester en Wethouders was door my in die dagen een Pryzen-Commissie ingesteld, bestaande uit groot- en kleinhandelaren, die tot opdracht had angstvallig te waken voor prysopdryving: voortdurend herhaalden de voorschriften van hoogerhand, dat het pryspeil van 9 Mei jl. moest worden gehandhaafd. Voor opslag dier goederen in het Koelhuis was geen aanleiding, o.a. omdat er voldoende gegadigden waren, die de goederen wilden koopen. Achteraf heb ik trouwens vernomen, dat de houdbaarheid dezer citroenen niet groot was. Maar hoe dit laatste zy, op grond van de adviezen van deskundigen, -wier deskundigheid ook in Uw brief niet in twyfel wordt getrokken,- die my verklaarden op 9 Mei jl. citroenen van dezelfde soort en kwaliteit te hebben gekocht voor ƒ 7 7/8 gulden, heb ik goedgevonden den prys voor de grossiers op ƒ 7,50 vast te stellen, terwyl ik den maximum-verkoopsprys (dien zy dus aan den kleinhandel maximaal mochten berekenen) op ƒ 9,- bepaalde.

Dat de marktwaarde dezer citroenen op het bewuste tydstip varieerde van ƒ 14,- tot ƒ 16,- moet ik dus wel ernstig betwyfelen; hoe dat zelfs zy, ik moest afgaan op de deskundige adviezen en heb dienovereenkomstig naar goede trouw gehandeld. Indien het waar is, dat dezelfde citroenen op 9 Mei jl. zyn gekocht voor ƒ 7 7/8 gulden, mocht ik krachtens wettelyk voorschrift den grossiersprys daarboven niet doen uitgaan. * Onderwerp: De brief betreft een verantwoording over de verkoop van een partij citroenen tijdens de eerste dagen van de Duitse bezetting in mei 1940.
* Kern van het geschil: De geadresseerde (N.V. Solbandera, een handelsonderneming) is het blijkbaar niet eens met de vastgestelde verkoopprijs van hun goederen. Zij claimen een marktwaarde van 14 tot 16 gulden, terwijl de overheid de prijs op 7,50 gulden (voor grossiers) heeft gefixeerd.
* Argumentatie van de verzender:
1. Noodtoestand: Door het ontbreken van communicatiemiddelen tijdens de inval kon de eigenaar van de 74 wagons goederen niet worden achterhaald.
2. Prijsbeheersing: In opdracht van het lokale bestuur werd een Prijzen-Commissie ingesteld om prijsopdrijving (woeker) te voorkomen. De richtlijn was om het prijspeil van vóór de inval (9 mei 1940) aan te houden.
3. Bederfelijkheid: De citroenen werden direct verkocht omdat er kopers waren en de houdbaarheid beperkt was; opslag in een koelhuis werd niet nodig geacht.
4. Deskundig advies: De prijsvaststelling was gebaseerd op verklaringen van deskundigen over de inkoopprijs op 9 mei.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "myn", "zy", "prys", "hoogerhand"). Deze brief is geschreven op 20 juni 1940, slechts vijf weken na de Nederlandse capitulatie. Het document illustreert de chaos in de logistiek (gestrande treinwagons) en de directe pogingen van lokale overheden om de economie te stabiliseren en voedselvoorziening te regelen onder de nieuwe bezettingsomstandigheden. Het bevriezen van prijzen op het niveau van 9 mei 1940 was een officieel besluit van de Nederlandse autoriteiten (en later overgenomen/bekrachtigd door de bezetter) om inflatie en speculatie in oorlogstijd tegen te gaan. N.V. Solbandera was een bekende Rotterdamse firma in de fruithandel.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief betreft een verantwoording over de verkoop van een partij citroenen tijdens de eerste dagen van de Duitse bezetting in mei 1940.
  • Kern van het geschil: De geadresseerde (N.V. Solbandera, een handelsonderneming) is het blijkbaar niet eens met de vastgestelde verkoopprijs van hun goederen. Zij claimen een marktwaarde van 14 tot 16 gulden, terwijl de overheid de prijs op 7,50 gulden (voor grossiers) heeft gefixeerd.
  • Argumentatie van de verzender:
    1. Noodtoestand: Door het ontbreken van communicatiemiddelen tijdens de inval kon de eigenaar van de 74 wagons goederen niet worden achterhaald.
    2. Prijsbeheersing: In opdracht van het lokale bestuur werd een Prijzen-Commissie ingesteld om prijsopdrijving (woeker) te voorkomen. De richtlijn was om het prijspeil van vóór de inval (9 mei 1940) aan te houden.
    3. Bederfelijkheid: De citroenen werden direct verkocht omdat er kopers waren en de houdbaarheid beperkt was; opslag in een koelhuis werd niet nodig geacht.
    4. Deskundig advies: De prijsvaststelling was gebaseerd op verklaringen van deskundigen over de inkoopprijs op 9 mei.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "myn", "zy", "prys", "hoogerhand").

Historische Context

Deze brief is geschreven op 20 juni 1940, slechts vijf weken na de Nederlandse capitulatie. Het document illustreert de chaos in de logistiek (gestrande treinwagons) en de directe pogingen van lokale overheden om de economie te stabiliseren en voedselvoorziening te regelen onder de nieuwe bezettingsomstandigheden. Het bevriezen van prijzen op het niveau van 9 mei 1940 was een officieel besluit van de Nederlandse autoriteiten (en later overgenomen/bekrachtigd door de bezetter) om inflatie en speculatie in oorlogstijd tegen te gaan. N.V. Solbandera was een bekende Rotterdamse firma in de fruithandel.

Gerelateerde Documenten 6