Zakelijke brief (doorslag van een getypte brief).
Origineel
Zakelijke brief (doorslag van een getypte brief). 18 Maart 1940. 18 Maart 1940.
firma GEBRs HEEREMANS,
2e Laurierdwarsstraat 39,
A m s t e r d a m.
Myne Heeren,
Naar aanleiding van uw geacht schryven van 15 dezer hebben wy de zaak weer bestudeerd.
PROVISIE. In uw brief dd. 7-10-37 eischte u 1/2 % incassokosten op remboursementen met terugwerkende kracht.
Dd. 14-10-37 hebben wy u medegedeeld, dat wy daar niet mee accoord gingen, dat u niet kunt eischen wat niet is overeengekomen en het bovendien usance is, dat de ontvangers zulke kosten betalen.
REMBOURSEMENT BLIK. Dd. 5-10-36 schreven wy u, dat f 100.94 dd. 2-9-36 nog niet door u was afgedragen.
Dd. 6-10-36 schreef u: "Wat Blik betreft, dit zullen wy navragen, daar ook deze persoon persoonlyk aan uwe veiling zal komen om te betalen."
Dd. 7-10-36 schreven wy: "Noch hr. Gobits, noch hr. Blik rekende af."
Dd. 9-12-36: "Van Blik werd ook nog niet afgerekend."
Dd. 13-1-37x maanden wy u opnieuw.
Dd. 18-1-37 schreef u: "Rembours Blik. Hiervan gaat nog af een creditbon. Blik is echter niet genegen ons te betalen, daar hy rechtstreeks van uwe veiling een schryven wil ontvangen, aangezien hier een verschil is van f 5,-. Beleefd verzoek deze heer eens aan te schryven."
Dd. 28-1-37 antwoordden wy u daarop: "Betreffende Blik hebben wy u dd. 9-12-36 opgegeven, wat hier aan emballage credit staat, n.l. f 73,33. Als hr. Blik met de f 5 bedoelt een prysverschil op de pruimen, dan hebben wy hem daarover reeds afwyzend geantwoord. U staat in elk geval buiten deze questie; u had onder rembours af te leveren en, als hr. Blik weigerde, de zending te brengen by hr. W.J. van Blyderveen, alles volgens oud recept. Wy schryven hr. Blik niet, want wy hebben van hem niets tegoed. Integendeel, als hy hier komt en de f 73,33 wil ontvangen, kunnen wy hem die al moelyk weigeren, want die emballage is op zyn naam ingeleverd en het bedrag der levering van 2-9-36 hebben wy niet van hem tegoed, maar van U."
Dd. 29-4-37 deelden wy u mede, dat wy 't tegoed van Blik aan fust op uwe nota no 686 hebben gecrediteerd.
De schade is dus nog f 100,94, af f 73,33 = f 27,61.
Wy kunnen er ons niet mee verzoenen, dat hy het geld behoudt, dat ons, via u, moet worden betaald. u schrijft dd. 18 dezer, dat het is verrekend
REMBOURSEMENT AGSTERIBBE f 78,21 van 1-10-37.
U schreef dd. 4-10-37 o.a.: "Wat uwe opmerking betreft van het betalen door den heer Agsteribbe, moeten wy u berichten, dat dit Agsteribbe zyn In dit document beklaagt de afzender zich over de financiële afwikkeling van zaken door de firma Gebr. Heeremans. Er zijn drie hoofdpunten:
- Provisiegeschil: De firma Heeremans probeerde achteraf een incassoprovisie van 0,5% te rekenen. De afzender wijst dit resoluut af op basis van gemaakte afspraken en handelsgebruik (usance).
- Kwestie Blik: Dit is een slepend dossier sinds 1936. Heeremans heeft verzuimd om onder rembours (betaling bij aflevering) te leveren aan de heer Blik. Er is discussie over emballage (statiegeld op fust) en een vermeend prijsverschil op een zending pruimen. De afzender stelt Heeremans direct aansprakelijk voor het resterende bedrag van f 27,61.
- Kwestie Agsteribbe: Een vergelijkbaar probleem met een onbetaald bedrag van f 78,21.
De brief is opvallend door de nauwkeurige reconstructie van eerdere correspondentie, wat duidt op een hoog opgelopen zakelijk conflict waarbij men de bewijslast zorgvuldig opbouwde. De brief dateert van maart 1940, de periode van de 'Schemeroorlog' vlak voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. Het document geeft een gedetailleerd beeld van de handel in die tijd:
* Locatie: De 2e Laurierdwarsstraat in de Amsterdamse Jordaan was indertijd een plek met veel kleinschalige groothandel en pakhuizen.
* Handelswaar: De vermelding van "pruimen" en "veiling" suggereert dat de afzender actief was in de handel in groenten en fruit.
* Logistiek: De termen 'fust', 'emballage' en 'onder rembours' tonen de toenmalige standaardpraktijken voor verpakking en betalingszekerheid.
* Handgeschreven toevoeging: De opmerking "u schrijft dd. 18 dezer, dat het is verrekend" wijst erop dat de kwestie waarschijnlijk op de dag van verzending alsnog (mondeling of per andere brief) is opgelost of besproken.