Getypte zakelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte zakelijke brief (doorslag). 26 juli 1940. De Directeur (organisatie niet expliciet in briefhoofd, mogelijk een overheidsinstantie). Directeur van het Bureau voor Handelsinlichtingen, Amsterdam. Extra [handgeschreven]
den heer Directeur van het Bureau
voor Handelsinlichtingen,
Oude Brugsteeg 16,
Amsterdam-Centrum.
37/115/3 M 26 Juli 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 Juli jl. (Uw
referte L.tel.43682) heb ik de eer U te berichten, dat ik Uw
brief ter verdere behandeling doorzond aan den heer Directeur
van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes
van Cattenburch 62, Den Haag. Vanwege dien Directeur zullen U
ongetwyfeld de gevraagde inlichtingen worden verstrekt.
De Directeur, De brief is een formeel bericht van doorgeleiding. De afzender reageert op een verzoek om inlichtingen van het Bureau voor Handelsinlichtingen (BvH) van drie dagen eerder. Omdat de afzender blijkbaar niet de juiste instantie is om de vraag te beantwoorden, is het dossier doorgezet naar de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" in Den Haag.
De toon is uiterst beleefd en zakelijk ("heb ik de eer U te berichten"). De spelling is conform de destijds gangbare regels (bijv. "den heer", "Nederlandsche", "ongetwyfeld"). De lay-out is typisch voor een doorslag van een uitgaande brief uit die periode, getypt op dun papier. De brief is gedateerd op 26 juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). In deze periode werden veel economische processen en de distributie van voedsel gecentraliseerd en onder strikte controle geplaatst.
De genoemde instanties spelen hierin een rol:
* Bureau voor Handelsinlichtingen (BvH): Een organisatie die Nederlandse ondernemers hielp met informatie over markten en handelspartners.
* Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC): Dit was een van de 'Centrale Organisaties' die tijdens de crisisjaren '30 waren opgericht en tijdens de bezetting een cruciale rol kregen in het reguleren van de landbouwexport en de binnenlandse voedselvoorziening onder toezicht van de Rijksbureaus.
De doorverwijzing suggereert dat de oorspronkelijke vraag van het BvH betrekking had op de specifieke regulering of handel in groenten en fruit, wat in de zomer van 1940 een zeer actueel en politiek gevoelig onderwerp was vanwege de schaarste en de exporteisen van de bezetter.