Ambtelijk rapport/memo.
Origineel
Ambtelijk rapport/memo. 25 juli 1940. Getypte tekst:
R A P P O R T
№ 37/116/M. 1940 25/7
Ingevolge Uw opdracht heb ik een onderzoek ingesteld omtrent de verrichtingen van Mevr: de Wed: Z. Agsteribbe-Waterman, wiens echtgenoot wijlen Z. Agsteribbe voorheen als grossier gevestigd was op de Centr: Markt. Mevr: Agsteribbe is opgenomen in den Steun en ontvangt F. 10,25 per week. De zoon, J. Agsteribbe die met zijn vader samen handel dreef, althans bij dezen in dienst was is eveneens opgenomen in den Steun. Wel heeft hij een aanvrage ingediend om handelsgeld doch hieromtrent is door Maatsch: Steun nog niet beslist.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen
Amsterdam 25 Juli 1940
Controleur,
[Handtekening: Vultink]
Handgeschreven notities (midden):
H. Buurse
Wat betekent dit?
Is de andere zoon op de C.M. en is deze aansprakelijk voor schuld van den Vader?
30/7 '40 [Paraaf]
Handgeschreven notities (linksonder):
A. Agsteribbe is gevestigd op C.M.
Blijkens rapport M.S. geweigerd om bij te dragen in steun, op grond van geringe verdiensten
Den stukken is aan MS teruggezonden naar kantoor rector [mogelijk: sector]
8/8 mo. [Paraaf]
Handgeschreven notities (rechtsonder, in rood kader):
Hr. Muller
Hoeveel schuld heeft wijlen Agsteribbe?
12-8-40
awp
Zie rapport Hr Muller d.d. 4.7. [onleesbaar] Het document is een administratief verslag over een gezin dat afhankelijk is van de 'Steun' (sociale bijstand) na het overlijden van de gezinshofde, een grossier op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van het rapport is de controle op de rechtmatigheid van de uitkering en de zoektocht naar mogelijkheden om kosten te verhalen op familieleden.
Er wordt specifiek gekeken naar de zoons:
1. J. Agsteribbe, die voorheen bij zijn vader werkte, ontvangt zelf ook steun maar probeert via 'handelsgeld' (een lening of startkapitaal) weer een eigen bedrijf te beginnen.
2. A. Agsteribbe, een andere zoon die nog wel op de markt werkt. De administratie onderzoekt of hij de schulden van zijn vader kan afbetalen of kan bijdragen aan de steun voor zijn moeder. Geconcludeerd wordt dat zijn inkomsten hiervoor te laag zijn.
De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor de gemeentelijke administratie van die tijd. Dit rapport dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel de Duitse bezetting al een feit was, functioneerde het Nederlandse ambtelijke apparaat (zoals het Marktwezen en Maatschappelijke Steun) in deze fase nog grotendeels volgens de bestaande procedures.
De namen Agsteribbe en Waterman zijn veelvoorkomende Joodse namen in Amsterdam. De Centrale Markt was een plek waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. In de loop van de bezetting zouden deze mensen stelselmatig uit het economische leven worden verdreven. Dit document legt een moment vast vlak voordat de grootschalige anti-Joodse maatregelen de handel op de markten volledig zouden ontwrichten. Het biedt tevens inzicht in de bittere armoede waarin sommige gezinnen verkeerden na het wegvallen van de kostwinner in de crisisjaren.