Handgeschreven conceptbrief/notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief/notitie. 30 juli 1940. Concept
MNo. 37/118/1
A'dam 30 juli 1940
Gratis bewaren van karren van haringstandplaatshouders in steun.
w.g. [onleesbaar]
Heden vervoegden zich bij mij twee (haring-)standplaatshouders. Dezen beschikken, door de bijzondere omstandigheden, niet over handelswaar en zijn in steun. Zij moeten voor hun beide haringkarren, welke hun in eigendom toebehooren, samen f 1.50 stallingshuur per week betalen, waartoe zij, in verband met het vrij geringe steunbedrag, dat zij ontvangen, niet in staat zijn. Zij hebben uit dien hoofde dan ook reeds ieder 2 weken huurschuld.
[Onderaan staan diverse doorgehaalde regels en aanzetten voor een conclusie, waaronder:]
...de haringstandplaatshouders...
[Linksonder:] 2.0-2 Het document is een ambtelijk concept waarin de situatie van twee Amsterdamse haringverkopers wordt beschreven kort na het begin van de Duitse bezetting. Door de "bijzondere omstandigheden" (oorlog en schaarste) kunnen zij geen haring meer inkopen voor de verkoop. Hierdoor zijn zij aangewezen op de sociale bijstand van die tijd ("in de steun").
Het specifieke probleem is dat zij wel eigenaar zijn van hun haringkarren, maar de wekelijkse stalling (1,50 gulden voor twee karren) niet kunnen betalen van hun krappe uitkering. Ze hebben op het moment van schrijven al een achterstand van twee weken. De strekking van het document is een voorstel of verslag om deze mensen tegemoet te komen door het "gratis bewaren" van hun karren mogelijk te maken. Dit document dateert van juli 1940, slechts tweeënhalve maand na de Nederlandse capitulatie. De bezetting zorgde direct voor grote economische ontregeling. Voor kleine zelfstandigen, zoals straathandelaren, was de situatie precair: de aanvoerlijnen van verse vis waren verstoord door de oorlog op zee en de algemene verarming nam toe.
De term "in de steun" verwijst naar de werklozenzorg, die in die tijd zeer karig was en gepaard ging met strenge controles. Het document biedt een uniek inkijkje in de microsamenleving van Amsterdam in oorlogstijd, waarbij zelfs de stallingskosten van een haringkar een onoverkomelijk financieel probleem vormden voor de burger.