Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 248
Dossier 37
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte nota (Memorandum)

13 augustus 1940 Van: De waarnemend Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

Getypte nota (Memorandum) 13 augustus 1940 De waarnemend Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Nº 37/21/1 M. 1940 Amsterdam, 13 Augustus 1940.
N o t a .
=======

Eenige kleinhandelaren, o.a. Tabak, worden vroeger dan het voor koopers vastgestelde openingsuur tot de Centrale Markt toegelaten, op vertoon van door officieren van Duitsche legeronderdeelen afgegeven papieren, waaruit blijkt, dat zij voorrang moeten hebben, omdat zij aan het Duitsche leger moeten leveren.

Ongeveer twee weken geleden deed de contrôleur Reinen dienst aan den ingang der markt en hij contrôleerde o.a. den winkelier Tabak. Toen hij dezen naar zijn toegangsbewijs vroeg, voegde hij Reinen toe, dat hij hem eens bij de "geheime politie" zou aanklagen, althans woorden van deze strekking.

Reinen heeft zich hierop gewend tot de Duitsche autoriteiten, teneinde zich over de uitlatingen van Tabak te beklagen. Hij is daar welwillend ontvangen en hij heeft de gelegenheid te baat genomen, om tevens te spreken over het feit, dat het voor den goeden gang van zaken op de markt niet bevorderlijk is, dat enkele koopers vroeger moeten worden toegelaten dan alle anderen. De Duitsche autoriteit met wien Reinen dit besprak, heeft hem daarop meegedeeld, dat door de directie schriftelijk kon worden verzocht, dat dergelijke bewijzen om vroeger toegang tot de Centrale Markt te verleenen, voortaan slechts door één centrale instantie worden uitgegeven; een instantie als hier bedoeld, zou beter met de belangen der markt kunnen rekening houden, dan de verschillende officieren, die thans dergelijke bewijzen afgeven. In den zelfden brief zou dan – aldus werd aan Reinen verklaard – kunnen worden verzocht, dat de Ortskommandant, ter bespreking van deze aangelegenheid, den bedrijfschef der Centrale Markt, den heer Broerse, zou ontvangen op 12 Augustus 1940.

Door den directeur van het Marktwezen is op 3 Augustus jl. een brief aan den Ortskommandant gericht (vide bijlage), in de meening, dat in dit bijzondere geval, nu de Duitsche autoriteit had gezegd, dat de directie een brief moest schrijven, de tusschenkomst der Commissie niet behoefde te worden gevraagd.

Op dien brief is tot nu toe geen antwoord ontvangen.

Ik zal het op prijs stellen, indien de Commissie alsnog deze aangelegenheid wil behandelen: het beste waren, indien geen bewijzen om vroeger tot de markt te worden toegelaten, meer worden afgegeven. In dit verband diene nog, dat sommige winkeliers, die aan de Duitsche weermacht leveren hun inkoopen binnen de markturen doen, terwijl enkele Duitsche legeronderdeelen rechtstreeks door eigen personeel, eveneens binnen de markturen, laten inkoopen. Het schijnt dus niet noodig, dat buiten de markturen wordt ingekocht. De winkeliers, die dit wel doen maken van de gelegenheid gebruik om ook voor hun gewone zaken te koopen, hetgeen ongelijke concurrentie-verhoudingen schept en onrust wekt bij de meeste kleinhandelaren.

De Directeur,

wnd. Dit document legt een specifiek conflict bloot op de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Jan van Galenstraat) aan het begin van de Duitse bezetting.

  1. Machtsmisbruik: De winkelier Tabak misbruikt zijn status als leverancier van de Wehrmacht door een marktcontroleur te bedreigen met de "geheime politie" (Gestapo) wanneer deze simpelweg zijn werk doet. Dit toont aan hoe snel na de invasie de dreiging van Duitse repressie werd ingezet in alledaagse arbeidsconflicten.
  2. Bestuurlijke frictie: De directie van het Marktwezen ondervindt hinder van de decentrale wijze waarop Duitse officieren toegangsbewijzen uitgeven. Dit doorkruist de normale marktordening.
  3. Oneerlijke concurrentie: Het hoofdpunt van de directeur is dat de bevoorrechte handelaren hun vroege toegang niet alleen gebruiken voor de Duitse leveringen, maar ook om de beste handel voor hun eigen winkel weg te kapen vóór de reguliere openingstijd. Dit zorgt voor grote onvrede en sociale onrust onder de overige kleinhandelaren.
  4. Houding tegenover de bezetter: De ambtenaren proberen via officiële weg (de Ortskommandant) de situatie te normaliseren door te wijzen op het feit dat andere Duitse onderdelen wél gewoon tijdens markturen inkopen, waarmee ze het argument van de noodzaak voor vroege toegang proberen te ontkrachten. In augustus 1940 was Nederland net drie maanden bezet. De civiele overheid probeerde in deze periode nog zoveel mogelijk volgens de oude structuren te functioneren, terwijl de invloed van de bezetter in rap tempo toenam.

De Centrale Markt was essentieel voor de voedselvoorziening van Amsterdam. In de loop van de oorlog werd de schaarste groter en de Duitse inmenging directer. Dit document is een vroege getuigenis van de spanning tussen de Nederlandse civiele regels en de privileges van diegenen die direct voor de bezetter werkten. Het illustreert tevens de bureaucratische weg die de gemeente Amsterdam bewandelde om de orde te handhaven in een veranderend politiek klimaat.

Samenvatting

Dit document legt een specifiek conflict bloot op de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Jan van Galenstraat) aan het begin van de Duitse bezetting.

  1. Machtsmisbruik: De winkelier Tabak misbruikt zijn status als leverancier van de Wehrmacht door een marktcontroleur te bedreigen met de "geheime politie" (Gestapo) wanneer deze simpelweg zijn werk doet. Dit toont aan hoe snel na de invasie de dreiging van Duitse repressie werd ingezet in alledaagse arbeidsconflicten.
  2. Bestuurlijke frictie: De directie van het Marktwezen ondervindt hinder van de decentrale wijze waarop Duitse officieren toegangsbewijzen uitgeven. Dit doorkruist de normale marktordening.
  3. Oneerlijke concurrentie: Het hoofdpunt van de directeur is dat de bevoorrechte handelaren hun vroege toegang niet alleen gebruiken voor de Duitse leveringen, maar ook om de beste handel voor hun eigen winkel weg te kapen vóór de reguliere openingstijd. Dit zorgt voor grote onvrede en sociale onrust onder de overige kleinhandelaren.
  4. Houding tegenover de bezetter: De ambtenaren proberen via officiële weg (de Ortskommandant) de situatie te normaliseren door te wijzen op het feit dat andere Duitse onderdelen wél gewoon tijdens markturen inkopen, waarmee ze het argument van de noodzaak voor vroege toegang proberen te ontkrachten.

Historische Context

In augustus 1940 was Nederland net drie maanden bezet. De civiele overheid probeerde in deze periode nog zoveel mogelijk volgens de oude structuren te functioneren, terwijl de invloed van de bezetter in rap tempo toenam.

De Centrale Markt was essentieel voor de voedselvoorziening van Amsterdam. In de loop van de oorlog werd de schaarste groter en de Duitse inmenging directer. Dit document is een vroege getuigenis van de spanning tussen de Nederlandse civiele regels en de privileges van diegenen die direct voor de bezetter werkten. Het illustreert tevens de bureaucratische weg die de gemeente Amsterdam bewandelde om de orde te handhaven in een veranderend politiek klimaat.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6