Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 254
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief / Vergunning

2 augustus 1940 Van: Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst der Publieke Werken / Grondbedrijf) Aan: Den Heer C.J.L. Bos, Orteliuskade 82hs, Amsterdam

Origineel

Officiële brief / Vergunning 2 augustus 1940 Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst der Publieke Werken / Grondbedrijf) Den Heer C.J.L. Bos, Orteliuskade 82hs, Amsterdam No Grb.2486/Doss.H/E 88.
[Handgeschreven: rvp]

Nº 37/122/1 M. 1940 6/8
[Handgeschreven: bij. W. Broese]

AMSTERDAM, 2 Augustus 1940.

No 22/11 P.W.1940.

Naar aanleiding van Uw verzoek om met een reep te mogen visschen in het Westelijk Marktkanaal en wel in het gedeelte vanaf het meest noordelijk punt van de meest noordelijke haven tot aan den Haarlemmerweg, deelen wij U mede, dat tegen inwilliging van dit verzoek bij ons geen bezwaar bestaat.

Mitsdien wordt aan U hierbij – behoudens de daarvoor krachtens wet of verordening vereischte vergunning – tot wederopzegging, doch niet langer dan gedurende den tijd van drie jaren, gerekend van 1 Augustus 1940 af, vergunning verleend tot het visschen met een reep in bovengenoemd gemeentewater, zulks onder de volgende voorwaarden en bepalingen:

1º de eigendommen der Gemeente, de oeverbescherming en het rietgewas langs de boorden mogen niet worden beschadigd, noch het grasgewas worden vertrapt;

2º U moet zorgen, dat de scheepvaart in geenerlei opzicht wordt belemmerd en dat Uw vischtuigen zoo worden geplaatst, dat de scheepvaart daaraan geen hinder of schade toebrengen kan;

3º de aanwijzingen, door de Politie te geven, moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd;

4º het is verboden aan de terreinen der Centrale Markt aan te leggen;

5º ter zake van deze vergunning moet door U worden betaald een bedrag van f. 5.- per jaar, bij vooruitbetaling op den eersten Augustus te voldoen, hetzij door overschrijving op de rekening No 45 van het Gemeentelijk Grondbedrijf bij het Girokantoor der gemeente Amsterdam, hetzij door storting ten kantore van den Gemeente-Ontvanger (Heerengracht 196), voor de eerste maal over den termijn 1 Augustus 1940 tot en met 31 Juli 1941, bij het in ontvangst nemen van dit schrijven.

Wij brengen U voorts in herinnering, het bepaalde in artikel 205 der Algemeene Politieverordening, luidende als volgt:

[Onderaan links:]
den Heer C.J.L. Bos,
Orteliuskade 82hs,
A L H I E R (w.).

[Diverse handgeschreven initialen en stempels, waaronder een rond stempel van de Gemeente Amsterdam] Dit document is een formele vergunning verleend door de gemeente Amsterdam aan een particulier (de heer Bos) voor de uitoefening van de visserij. De specifieke methode die wordt toegestaan is het vissen met een "reep". Een reep is een lange lijn met zijlijntjes voorzien van haken, die vaak gebruikt werd voor de vangst van aal (paling).

De vergunning is zeer specifiek wat betreft de locatie: een segment van het Westelijk Marktkanaal nabij de Centrale Markthallen. Er worden strikte voorwaarden gesteld aan het behoud van de natuur (riet en gras), de veiligheid van de scheepvaart en de openbare orde (aanwijzingen van de politie). Opvallend is het verbod om aan te leggen bij de terreinen van de Centrale Markt, wat duidt op de beveiliging of de hygiënische zones van de toenmalige voedseldistributie. De kosten voor deze vergunning bedroegen vijf gulden per jaar. De datum van het document, 2 augustus 1940, plaatst deze vergunning in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts drie maanden na de capitulatie). Ondanks de oorlogssituatie ging de gemeentelijke bureaucratie en het handhaven van de Algemeene Politieverordening (APV) nagenoeg ongewijzigd door.

Visserij in de stadskanalen was in deze periode niet alleen een hobby, maar voor velen ook een welkome aanvulling op de voedselvoorziening, zeker naarmate de schaarste tijdens de oorlogsjaren toenam. De Orteliuskade, waar de ontvanger woonde, ligt in de wijk De Baarsjes, op relatief korte afstand van het Westelijk Marktkanaal. De verwijzing naar het "Grondbedrijf" en de "Gemeente-Ontvanger" aan de Heerengracht 196 laat zien hoe de financiële en administratieve structuur van Amsterdam destijds was georganiseerd.

Samenvatting

Dit document is een formele vergunning verleend door de gemeente Amsterdam aan een particulier (de heer Bos) voor de uitoefening van de visserij. De specifieke methode die wordt toegestaan is het vissen met een "reep". Een reep is een lange lijn met zijlijntjes voorzien van haken, die vaak gebruikt werd voor de vangst van aal (paling).

De vergunning is zeer specifiek wat betreft de locatie: een segment van het Westelijk Marktkanaal nabij de Centrale Markthallen. Er worden strikte voorwaarden gesteld aan het behoud van de natuur (riet en gras), de veiligheid van de scheepvaart en de openbare orde (aanwijzingen van de politie). Opvallend is het verbod om aan te leggen bij de terreinen van de Centrale Markt, wat duidt op de beveiliging of de hygiënische zones van de toenmalige voedseldistributie. De kosten voor deze vergunning bedroegen vijf gulden per jaar.

Historische Context

De datum van het document, 2 augustus 1940, plaatst deze vergunning in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts drie maanden na de capitulatie). Ondanks de oorlogssituatie ging de gemeentelijke bureaucratie en het handhaven van de Algemeene Politieverordening (APV) nagenoeg ongewijzigd door.

Visserij in de stadskanalen was in deze periode niet alleen een hobby, maar voor velen ook een welkome aanvulling op de voedselvoorziening, zeker naarmate de schaarste tijdens de oorlogsjaren toenam. De Orteliuskade, waar de ontvanger woonde, ligt in de wijk De Baarsjes, op relatief korte afstand van het Westelijk Marktkanaal. De verwijzing naar het "Grondbedrijf" en de "Gemeente-Ontvanger" aan de Heerengracht 196 laat zien hoe de financiële en administratieve structuur van Amsterdam destijds was georganiseerd.

Gerelateerde Documenten 6