Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 343
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstverslag / Administratief rapport.

6 september 1940.

Origineel

Dienstverslag / Administratief rapport. 6 september 1940. Rapport. № 37/148/M. 1940 24/9 [handgeschreven toevoeging]

Aan den Hr Brouwer
Bedrijfschef C.M.

Schipper Pronkema heeft van morgen,
terwijl hij met zijn schip, genaamd "Stella Maris",
groot 89 ton, gemeerd lag aan de C.M., eenige manden
tulpenbollen overgeladen in het schip genaamd "Wisse-
R.dam 2", groot 74 ton, schipper v/d Linde.

Pronkema heeft kadegeld betaald, maar v/d Linde
niet, daar deze alleen goederen van Pronkema heeft
overgenomen en indertijd voor een dergelijk geval,
door ondergeteekende gerapporteerd, ook geen kadegeld
is betaald.

[Signatuur] C.M. 6-9-40
CBlom

[Onderaan toegevoegd in ander handschrift:]
Accoord, van van der Linde niet heffen.
6-9-40. [Onleesbare signatuur]

[Diagonaal linksboven in potlood/krijt:]
noteren daarnaar opgeborgen [mogelijk: muteren daarnaar geborgen] Dit document is een intern administratief rapport betreffende de heffing van haventarieven (kadegeld). De kern van de zaak is een logistieke handeling: schipper Pronkema heeft manden met tulpenbollen direct overgeladen van zijn schip naar het schip van Van der Linde terwijl hij aan de kade lag bij het Centraal Marktwezen (C.M.).

De rapporteur, C. Blom, legt uit dat Pronkema wel heeft betaald, maar dat Van der Linde niet is aangeslagen. Blom rechtvaardigt dit door te verwijzen naar een precedent: wanneer een schip enkel goederen overneemt van een ander schip dat reeds kadegeld betaalt, hoeft het tweede schip niet opnieuw te betalen. Dit voorstel wordt onderaan het document officieel goedgekeurd ("Accoord") door een leidinggevende op dezelfde dag.

De tonnages van de schepen worden specifiek vermeld (89 ton en 74 ton), wat gebruikelijk is voor de administratie van havengelden en ligplaatsen. De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "eenige", "ondergeteekende"). Het document dateert van 6 september 1940. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting (vier maanden na de capitulatie). Ondanks de bezetting bleven de reguliere Nederlandse administratieve processen in havens en markten grotendeels ongewijzigd functioneren onder de bestaande civiele diensten.

De vermelding van "tulpenbollen" als vracht onderstreept de continuïteit van de Nederlandse bloembollenhandel, zelfs in oorlogstijd. De afkorting "C.M." en de scheepsnaam "Wisse-R.dam 2" wijzen sterk in de richting van Rotterdam als locatie. In de Rotterdamse haven- en markthistorie stond de afkorting C.M. vaak voor het Centraal Marktwezen, de instantie die verantwoordelijk was voor de handel en overslag van onder andere landbouwproducten.

Samenvatting

Dit document is een intern administratief rapport betreffende de heffing van haventarieven (kadegeld). De kern van de zaak is een logistieke handeling: schipper Pronkema heeft manden met tulpenbollen direct overgeladen van zijn schip naar het schip van Van der Linde terwijl hij aan de kade lag bij het Centraal Marktwezen (C.M.).

De rapporteur, C. Blom, legt uit dat Pronkema wel heeft betaald, maar dat Van der Linde niet is aangeslagen. Blom rechtvaardigt dit door te verwijzen naar een precedent: wanneer een schip enkel goederen overneemt van een ander schip dat reeds kadegeld betaalt, hoeft het tweede schip niet opnieuw te betalen. Dit voorstel wordt onderaan het document officieel goedgekeurd ("Accoord") door een leidinggevende op dezelfde dag.

De tonnages van de schepen worden specifiek vermeld (89 ton en 74 ton), wat gebruikelijk is voor de administratie van havengelden en ligplaatsen. De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "eenige", "ondergeteekende").

Historische Context

Het document dateert van 6 september 1940. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting (vier maanden na de capitulatie). Ondanks de bezetting bleven de reguliere Nederlandse administratieve processen in havens en markten grotendeels ongewijzigd functioneren onder de bestaande civiele diensten.

De vermelding van "tulpenbollen" als vracht onderstreept de continuïteit van de Nederlandse bloembollenhandel, zelfs in oorlogstijd. De afkorting "C.M." en de scheepsnaam "Wisse-R.dam 2" wijzen sterk in de richting van Rotterdam als locatie. In de Rotterdamse haven- en markthistorie stond de afkorting C.M. vaak voor het Centraal Marktwezen, de instantie die verantwoordelijk was voor de handel en overslag van onder andere landbouwproducten.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6