Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en parafen.
Origineel
Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en parafen. 2 november 1940. (Paars stempel linksboven): № 37/165/M. 1940
(Midden boven): R A P P O R T
(Linkermarge, handgeschreven): H Donderdag?
(Hoofdtekst):
Op Zaterdag 2 November 1940, omstreeks 4.45 uur n.m, werd mij door de ouders van een meisje, genaamd Gerritje van der Wardt, oud 15 jaar en wonende van Beuningenstraat 43 huis, haar opsporing verzocht. Zij zou namelijk op Vrijdag 31 October bij een Duitsche militair, die op de Centr: Markt is ingekwartierd en genaamd moest zijn Kroese een bezoek hebben gebracht en nadien niet meer in de ouderlijke woning zijn terug gekeerd. Naar aanleiding van dit verzoek heb ik, rapporteur mij allereerst begeven naar Kamer 64 in de Hal, doch trof daar niemand aan. Daarna heb ik mij naar de paardenstal op de Centr: Markt begeven alwaar ik den Duitschen soldaat Kroese aantrof. Deze vroeg ik waar of het meisje dat hem gisteravond had bezocht, was gebleven. Hij bracht mij aan de achterzijde van de ~~der~~ paardestal alwaar ik een meisje aantrof, wiens beeld overeenstemde met de foto van een meisje, welke foto mij door de hiervoor genoemde ouders was ter hand gesteld. Zij verklaarde mij de heele nacht op straat te hebben geloopen. Vervolgens heb ik haar overgebracht naar Bureau de Ruiterweg, waarverdere verzorging zou plaats hebben.
(Rechtsonder):
Adam. 2 Nov 1940.
controleur.
(Handtekening): G. Huisman
(Linksonder):
Den Heer Bedrijfschef
Centrale Markt.
(Onderzijde, diverse handgeschreven aantekeningen):
(Rode inkt): Ver [gevolgd door paraaf]
(Grote blauwe paraaf/handtekening over de breedte)
(Onderaan): Gezien [Handtekening/Paraaf]
7-11-'40 Dit rapport documenteert een incident tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting in Nederland. De controleur van de Centrale Markt in Amsterdam doet verslag van de opsporing van de 15-jarige Gerritje van der Wardt. Zij was verdwenen na een bezoek aan een ingekwartierde Duitse militair genaamd Kroese. De controleur vond het meisje uiteindelijk bij de paardenstallen op het marktterrein.
Opvallend aan de tekst is de zakelijke, ambtelijke toon. De controleur treedt handelend op na een direct verzoek van de ouders. Het meisje beweert zelf de hele nacht op straat te hebben gelopen, maar de context (gevonden bij de soldaat in de paardenstal) suggereert een mogelijk zedenincident of een ongeoorloofde relatie, wat in die tijd zeer gevoelig lag. De handgeschreven kanttekening "H Donderdag?" verwijst waarschijnlijk naar een controle van de datum: 31 oktober 1940 was inderdaad een donderdag. De Centrale Markt (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de bezetting een plek waar niet alleen voedseldistributie plaatsvond, maar waar ook Duitse troepen waren gelegerd. De nabijheid van de woonwijk (de Van Beuningenstraat ligt in de Staatsliedenbuurt, op loopafstand van de markt) zorgde voor frequente interactie tussen de burgerbevolking en de bezetter.
Het genoemde "Bureau de Ruiterweg" was een hoofdbureau van de Amsterdamse politie in West. De datering van de afhandeling (7 november 1940) laat zien dat het rapport binnen een week de hiërarchie van de marktautoriteiten had doorlopen. Dergelijke documenten bieden inzicht in de morele paniek en de sociale controle in een stad onder bezetting, evenals de rol van civiele functionarissen bij incidenten waarbij Duitse militairen betrokken waren.